Zorgen bij F1-teams in het middenveld: Gat naar top groter geworden
In dit artikel:
De eerste wintertest in Bahrein suggereert dat de ingrijpende reglementswijzigingen voor 2026 de hiërarchie in de Formule 1 niet hebben omgegooid: McLaren, Mercedes, Red Bull en Ferrari lijken opnieuw het tempo te bepalen. Ondanks nieuwe chassisregels, actieve aero, grotere nadruk op elektrische aandrijving en een budgetplafond, wijzen tijdsmetingen en inschattingen van teams erop dat het gat tussen die vier en de rest van het veld eerder groter dan kleiner is geworden.
Vooraan noteerde Mercedes met Andrea Kimi Antonelli de snelste tijd (1:33.669). Red Bulls Max Verstappen reed op dag één een 1:34.798; het snelste middenveldteam was Haas met Oliver Bearman (1:35.394), gevolgd door Haas-teamgenoot Esteban Ocon en Alpine’s Franco Colapinto in de 1:35-range. Williams-coureur Carlos Sainz en Ocon stelden dat het veel werk zal kosten voor achtervolgers om de kloof te dichten; Ocon waarschuwde dat de verschillen nu groter lijken dan vorig jaar en dat de sprongen tussen posities weer sneller in seconden dan in tienden gemeten kunnen worden.
Racing Bulls-teambaas Alan Permane benadrukte dat het niet alleen om kwalificatieronden gaat: race-simulaties tonen eveneens snelle tempo’s bij de topteams. Hij wees op structurele voordelen zoals top aero‑teams, opgebouwde infrastructuur uit de jaren vóór het budgetplafond en de aantrekkingskracht van succes op talent en middelen. Hoewel hij hoopt dat stabiele regels uiteindelijk weer voor dichter bij elkaar liggend racen zorgen — “niemand wil dat één team alles domineert” — waarschuwde hij dat het huidige beeld kan veranderen na verdere updates richting Melbourne.