Zo werken de achterlichten op een Formule 1-auto in 2026
In dit artikel:
Dit seizoen heeft de Formule 1 een ingrijpende motorische wijziging ondergaan: door nieuwe reglementen is het aandeel van elektrische kracht sterk toegenomen, van ongeveer 20% naar zo’n 50% van het totale vermogen. De MGU‑K (Motor Generator Unit – Kinetic) levert nu 350 kW in plaats van circa 120 kW en kan energie opslaan bij remmen, maar ook via technieken als lift‑and‑coast en ‘superclipping’. Die opgeslagen energie wordt gebruikt voor extra acceleratie, vooral uit bochten, waardoor energiemanagement centraal staat in de racewereld van 2024.
Om van buitenaf inzicht te geven in wat een auto doet — en vooral om de veiligheid te vergroten voor de achteropkomende coureurs — zijn de signalen van de achterverlichting verduidelijkt. De centrale rear impact structure light (midden achter de auto) en de twee lichten op de endplates van de achtervleugel tonen aan wanneer en hoeveel de MGU‑K bijdraagt of juist energie terugwint. Kort samengevat: één flits betekent dat de MGU‑K minder dan de maximale 350 kW levert; twee flitsen geven aan dat de elektrische unit tijdelijk geen vermogen levert (en de wagen dus op de verbrandingsmotor rijdt); snel achter elkaar knipperen duidt op laden van de batterij terwijl de verbrandingsmotor op toeren draait.
Diezelfde lampen worden ook voor klassiekere veiligheidswaarschuwingen gebruikt — bijvoorbeeld bij (virtuele) safetycar‑fases, regen, dubbele gele vlaggen of wanneer een auto met pit‑limiter de pitstraat in rijdt. De FIA werkt samen met Formule 1 aan verdere verfijning van de signalen (onder meer met meerdere kleuren) zodat achteropkomende coureurs meer en duidelijker informatie krijgen, aldus Nikolas Tombazis, hoofd eenzitters bij de FIA.
Nieuw dit jaar zijn bovendien oranje laterale veiligheidslampen op de spiegels. Deze lichten op wanneer een auto langzamer dan 20 km/u rijdt of stilstaat (zichtbaar op de startgrid als de wagen in neutraal staat) en gaan uit zodra een versnelling is gekozen.