Yamaha zet stap, maar Qatarese GP legt zwakke plekken weer bloot
In dit artikel:
Yamaha liet tijdens de Grand Prix van Qatar zien vooruitgang te hebben geboekt nadat 2024 tot nu toe teleurstellend verliep. Fabio Quartararo behaalde verrassend een startplaats op de eerste startrij, iets wat Yamaha niet meer had weten te bereiken sinds de TT van Assen 2022. In de sprintrace eindigde hij als vijfde, maar op zondag kwam hij niet verder dan een achtste plaats, die later werd opgewaardeerd naar zevende door een tijdstraf voor Maverick Viñales. Ondanks de stap vooruit, bleef Quartararo ontevreden over de race, mede vanwege het aanhoudende gebrek aan grip en de afwijkende rijstijl die de Yamaha-motor vereist, wat het lastig maakt om inhaalacties te plaatsen en concurrerend te zijn.
Ook teamgenoot Álex Rins, die twaalfde werd, ervaarde vergelijkbare frustraties, vooral wanneer hij vastliep achter tragere rijders als Ai Ogura. Hij benadrukte dat de huidige situatie het racen onmogelijk maakt en riep op tot noodzakelijke verbeteringen. De belangrijkste pijnpunten liggen bij het vermogen en grip bij het uitkomen van bochten en op rechte stukken, waar Yamaha-motoren minder presteren dan de concurrentie. Rins illustreerde hoe hij op het rechte stuk soms zelfs tegelijkertijd binnen- en buitenlangs werd ingehaald, wat de strijd om posities bemoeilijkt.
Yamaha werkt hard aan technische aanpassingen om meer grip en verbeterd acceleratievermogen te realiseren, maar concrete resultaten blijven vooralsnog uit. Nieuwe onderdelen worden verwacht na de race in Le Mans, met een test gepland in Italië om verdere ontwikkelingen te onderzoeken. De fabriek en het Pramac Racing-team hopen hiermee hun kansen in rechtstreekse duels te vergroten en de competitiviteit te herstellen. De frustraties van Quartararo en Rins onderstrepen echter dat er nog een uitdagende weg te gaan is om met de Yamaha YZR-M1 weer op topniveau mee te kunnen strijden.