Winnaars en verliezers van een gedenkwaardige Grand Prix van Italië
In dit artikel:
Kimi Antonelli won zondag de Italiaanse Grand Prix op Monza met een indrukwekkende comeback. Daarmee bezorgde de Mercedes-coureur Italië de eerste overwinning in de thuisrace sinds 1966. De uitverkochte tribunes, aanvankelijk massaal gekomen voor Ferrari, vierden Antonelli na afloop als een nieuwe nationale held. Zijn zege versterkte bovendien het gevoel dat hij de grote favoriet voor de wereldtitel is, met nog tien races te gaan.
Voor George Russell was de race juist een mentale dreun. De Mercedes-coureur had zonder de kwalificatieproblemen van Max Verstappen waarschijnlijk vanaf poleposition gestart, maar kon zijn jongere teamgenoot niet bijhouden. Russell gaf na afloop toe dat hij de achterstand vrijwel niet meer denkt te kunnen overbruggen en de controle van Antonelli over het kampioenschap accepteert.
Verstappen redde ondanks een moeilijke race toch het podium. Zijn Red Bull had problemen aan de achteras en was op het gebied van energiemanagement duidelijk minder sterk dan de Mercedes-auto’s. Toch hield hij Russell lang achter zich en eindigde hij als derde, vóór beide McLarens. Dat was volgens de omstandigheden het maximaal haalbare resultaat.
Ferrari beleefde op eigen bodem een teleurstellend weekend. De Scuderia had aerodynamische updates en een verbeterde krachtbron meegenomen, waardoor de achterstand in vermogen kleiner leek te worden. De vooruitgang was in de kwalificatie zichtbaar, maar leverde in de race geen passend resultaat op. Charles Leclerc crashte al in de tweede ronde bij de uitgang van de Parabolica, nadat hij eerder met teamgenoot Lewis Hamilton om positie had gestreden. Hamilton finishte slechts als zesde. Voor Ferrari, dat de Mercedes-aangedreven auto’s op Monza niet kon bijbenen, was dat veel minder dan de tifosi hadden verwacht.
Alpine was een van de positieve verrassingen. Pierre Gasly, die zaterdag zijn eerste poleposition had veroverd, kon de koplopers niet volgen en zakte terug naar de zevende plaats. Toch eindigde Alpine als beste team van het middenveld. Franco Colapinto maakte een fout bij de eerste Lesmo en werd negende, maar het team houdt vertrouwen in de strijd om de vijfde plaats bij de constructeurs, ondanks de opmars van Racing Bulls.
Aston Martin-Honda was de grootste tegenvaller achteraan. De verbeteringen van Honda bleken onvoldoende en het team eindigde opnieuw achter Cadillac. Fernando Alonso viel uit door vermoedelijke schade aan zijn auto, terwijl Lance Stroll door een hydraulisch probleem de finish niet haalde. Voor de formatie uit Silverstone kan de nieuwe reglementenfase van 2027 dan ook niet snel genoeg beginnen.
Vandaag Inside: Johan Derksen werd pisnijdig op zijn dochter: 'Ik hoorde haar dat zeggen'