Williams: Andere F1-teams boos om Mercedes-motor, maar FIA moet dit juist belonen
In dit artikel:
Bij de wintertest in Bahrein draait de discussie om de compressieverhouding van de huidige F1-motoren, waarbij Mercedes in de paddock onder beeldende aandacht staat. Statische controles tonen dat de motor binnen de limiet van 16:1 valt, maar concurrenten vermoeden dat tijdens rijden een hogere ratio wordt bereikt. Audi, Ferrari en Honda hebben in een gezamenlijke brief om opheldering bij de FIA gevraagd; Red Bulls positie bleek minder zwart-wit dan aanvankelijk gedacht. De FIA moet nu beslissen of controles en meetmethoden worden aangepast — een ingreep die politieke steun vereist binnen de Power Unit Advisory Committee (waarvoor een supermeerderheid nodig is: vier van de vijf motorfabrikanten plus FIA en FOM).
Williams-teambaas James Vowles reageert fel tegen een eventuele wijziging. Hij stelt dat de gebruikte krachtbron volledig binnen de regels valt en waarschuwt dat motorontwikkeling jaren kost; het zou onterecht zijn prestaties te bestraffen door achteraf de normen te veranderen. Vowles noemt de Formule 1 een meritocratie: technische vindingrijkheid moet beloond worden, niet afgestraft. Zijn persoonlijke binding met Mercedes verklaart mede waarom hij direct bij binnenkomst bij Williams het motorcontract verlengde: volgens hem excelleert Mercedes in het maximaal benutten van reglementaire marges.
Vowles benadrukt ook de praktische moeilijkheden van andere meetprotocollen. Nieuwe testmethoden vereisen aangepaste regels en het is onzeker of motoren daarna nog steeds aan die regels voldoen. Hij waarschuwt dat een herdefinitie mogelijk grote gevolgen heeft — bijvoorbeeld dat meerdere wagens met Mercedes-motoren dan niet mogen starten. Tegelijk toont hij begrip voor de lastige positie van de FIA: met beperkte middelen moet die federatie tegen de gezamenlijke technische vindingrijkheid van de teams opboksen en een balans zien te vinden tussen interpretatievrijheid en sportieve eerlijkheid.
Kort samengevat: de controverse gaat om waar de grens van legitieme interpretatie ligt, wie die grens bewaakt en welke gevolgen een wijziging van meetmethoden heeft voor teams en het kampioenschap.