Wie staat waar na de F1-test? Zeven conclusies: van Max Verstappen tot Ferrari
In dit artikel:
George Russell en Mercedes kwamen als favoriet uit de wintertests: drie weken rijden in Bahrein bevestigden vooralsnog wat de bookmakers vóór de tests verwachtten. Ferrari stond op de tijdenlijst bovenaan maar toonde bewust meer tempo met zachtere banden (inclusief een C4-set), terwijl Mercedes minder nodig leek te tonen — een aanwijzing dat Brackley snelheid heeft achtergehouden. Belangrijker dan éénsecondenrondes zijn de long runs; daarin maakte Mercedes op meerdere momenten indruk en concurrenten denken dat het team nog extra reserve heeft. Pirelli merkte bovendien op dat de rondetijden in Bahrein langzamer waren dan verwacht, wat ook kan duiden op sandbagging.
Ferrari liet een degelijk begin zien: consistente long runs en relatief goed energiemanagement geven Maranello reden tot voorzichtig optimisme, maar nog geen reden voor paniek bij Mercedes of Brixworth. Red Bull Powertrains leverde een verrassend sterke prestatie met een nieuwe, betrouwbare motor: technisch knap en competitief, al wordt die krachtbron niet unaniem als dé benchmark gezien. Red Bulls motorproject is een veelbelovende start voor een nieuw fabrieksteam in die rol. McLaren en Red Bull lijken elkaar qua performance dicht te naderen; Oscar Piastri was in sommige long runs zelfs iets sneller dan Max Verstappen. Opvallend is dat klantenteams mogelijk niet altijd met exact dezelfde mappings rijden als de fabrieksteams, waardoor sommige teams nog wat extra snelheid in petto kunnen hebben.
Ondanks de nieuwe motor- en chassisregels die voor 2026 waren ingevoerd, is er geen Brawn GP-sprookje: de traditionele topvier (Mercedes, Ferrari, McLaren, Red Bull) lijkt voorlopig dezelfde te blijven. De grotere teams behouden structurele voordelen — faciliteiten, personeel en ontwikkelingskracht — ondanks het budgetplafond. Onder ‘de rest’ doen Alpine en Haas het veelbelovend; Alpine gaf 2025 praktisch op om in 2026 sterker te staan en profiteert van de Mercedes-krachtbron, al vergt de integratie van dat pakket en de overgang van fabrieksteam naar klantenteam tijd.
De duidelijkste verliezer uit het voorseizoen is Aston Martin. De problemen hangen samen met de heropbouw van Honda’s F1-project na het vertrek uit 2021, personele wisselingen, integratie met een nieuwe partner en de overgang naar een eigen versnellingsbak. Daarnaast kwam Adrian Newey laat op gang en liep de nieuwe windtunnel vertraging op, waardoor ontwikkelingstempo en integratie van motor en chassis hinder ondervonden. Hoewel Aston Martin op lange termijn met Newey, een Honda-deal en een moderne basis in Silverstone solide ingrediënten heeft, lijkt het huidige project veel tijd nodig te rijpen — een scenario dat vragen oproept over de titelambities en de geduld van coureur Fernando Alonso.
De nieuwe regels blijken nog steeds ruimte te laten voor innovatie. Teams toonden creatieve oplossingen: Audi introduceerde afwijkende sidepods en Ferrari experimenteerde met een roterende achtervleugel — een item dat de FIA legaal achtte en dat Ferrari als testitem bestempelde. Zulke slimme interpretaties maken duidelijk dat de technische wapenwedloop in F1 onverminderd doorgaat; Melbourne en de races daarna zullen laten zien wie het snelst kan doorontwikkelen.
Coureurs waarschuwen wel voor de rijervaring. Max Verstappen noemde het nieuwe tijdperk kritisch — hij vergeleek het met “Formula E op steroïden” — en veel rijders vinden de auto’s onwennig door de nieuwe energieregimes en terugwinningssystemen. Teams boeken vooruitgang in energiemanagement sinds Barcelona, maar echte uitdagingen liggen nog vooral in circuits als Melbourne, waar energie terugwinnen zwaarder doorweegt en ‘onnatuurlijke’ rijmethodes van coureurs kunnen worden gevraagd. Dat kan het kijkplezier voor sommige fans beïnvloeden.
Politiek blijft eveneens een belangrijk thema. De discussie rond compressieratio’s leidde tot spanningen tussen fabrikanten en de FIA. Mercedes gaf aan de federatie op de hoogte te hebben gehouden, maar na klachten van anderen komt er mogelijk een dubbele test (waaronder één bij 130°C); eventuele aanscherpingen zouden pas op 1 augustus ingaan. FIA-technisch directeur Nikolas Tombazis relativeerde het prestatieverschil, maar in de paddock worden zulke grijze gebieden scherp bevochten — een constante in de Formule 1, ook in dit nieuwe reglementaire tijdperk.