Wie sliep vannacht het slechtst: George Russell

maandag, 7 september 2026 (09:36) - Motorsport.com

In dit artikel:

George Russell leek vóór de Grand Prix van Italië van 2026 uitstekende vooruitzichten te hebben. Mercedes had onder het nieuwe reglement vermoedelijk de sterkste auto gebouwd en zonder zijn jonge teamgenoot Kimi Antonelli zou de 28-jarige Brit waarschijnlijk comfortabel aan de leiding staan in het kampioenschap. Antonelli’s doorbraak heeft dat beeld echter volledig veranderd.

De inmiddels twintigjarige Italiaan reed op Monza een uitzonderlijke race. Hij bleef Russell van start tot finish de baas, terwijl Russell zelf vrijwel foutloos reed, door zijn team niet werd benadeeld en geen pech of andere externe problemen kende. Volgens de auteur bleef daardoor maar één conclusie over: Antonelli was die dag simpelweg niet te stoppen. Russell staat inmiddels 66 punten achter en gaf na afloop toe dat een comeback en de titelstrijd zeer moeilijk worden. Hij zei dat hij de situatie grotendeels accepteert en zich voortaan vooral wil richten op het winnen van races.

Dat is een harde erkenning voor een coureur die tot de beste van zijn generatie wordt gerekend. De auteur vraagt zich af of Russell zijn droom om wereldkampioen te worden kan verwezenlijken zolang hij een team deelt met Antonelli, wiens natuurlijke talent inmiddels met dat van Ayrton Senna wordt vergeleken. Tegelijk biedt de loopbaan van Nico Rosberg een sprankje hoop. Ook Rosberg leek eind 2015 kansloos tegen Lewis Hamilton, maar door extra vastberadenheid, zelfreflectie en enig geluk wist hij in 2016 alsnog de titel te pakken.

Russell zou er volgens de column goed aan doen Rosberg uit te nodigen voor een gesprek over die onverwachte krachttoer. De komende één à twee jaar moeten uitwijzen of Russell zijn grenzen kan verleggen, of dat hij in de geschiedenis terechtkomt als een uitzonderlijk talent zonder wereldtitel. De auteur verwijst daarbij naar coureurs als Stirling Moss, Ronnie Peterson, Jean Alesi, Juan Pablo Montoya en Giancarlo Fisichella, die ondanks hun kwaliteiten nooit kampioen werden. Fisichella zag ooit zijn Renault-teamgenoot Fernando Alonso als minder gevestigde naam op de cover van een voorbeschouwing staan; Alonso werd vervolgens wel wereldkampioen, terwijl Fisichella een onvervulde belofte bleef.

Sportief was Russell op Monza mogelijk een van de grote verliezers, maar op menselijk vlak juist een winnaar. Ondanks de vernederende nederlaag en het boegeroep van een deel van het Italiaanse publiek applaudisseerde hij waardig voor Antonelli. Hij erkende dat zijn teamgenoot het kampioenschap verdiende en benadrukte dat niets afdeed aan diens prestatie. Daarmee toonde Russell zich volgens de auteur een voorbeeldige sportman, in tegenstelling tot Flavio Briatore, wiens optreden tijdens de persconferentie voor teambazen als weinig voorbeeldig wordt neergezet.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen werd pisnijdig op zijn dochter: 'Ik hoorde haar dat zeggen'