Waarom McLaren niet van plan is om focus naar F1-auto 2027 te verleggen
In dit artikel:
McLaren, dat in 2024 de constructeurstitel pakte en vorig seizoen beide wereldtitels opeiste, kampt dit jaar onder de nieuwe reglementen met een moeizaam begin van het seizoen. In Australië werd Lando Norris vijfde, terwijl teamgenoot Oscar Piastri niet kon starten na een crash onderweg naar de grid. In China waren beide rijders uitgeschakeld door technische problemen. In Japan ging het beter: Piastri behaalde in Suzuka de eerste podiumplaats voor McLaren in 2026 (tweede), Norris finishte als vijfde. Desondanks blijft Mercedes duidelijk voorop; McLaren lijkt vooral in gevecht met Ferrari om de posities daarachter.
Norris benadrukt dat het team niet moet opgeven of de ontwikkeling vroegtijdig naar 2027 moet verplaatsen. Hij gelooft dat McLaren dit seizoen nog kan herstellen en blijft vertrouwen hebben in de capaciteit van het team om tijdens het seizoen vooruitgang te boeken, zoals eerder gebeurde. Die opvatting wordt ondersteund door Piastri, die wijst op eerdere omkeringen binnen het team en zegt dat het binnen McLarens macht ligt de kloof met Mercedes te dichten en weer voor zeges te strijden.
Analisten wijzen erop dat het vroeg verschuiven van ontwikkelingsfocus voordelen kan hebben — Alpine profiteerde vorig jaar door al vroeg te werken aan de A526 en klom omhoog — terwijl teams die tot het einde bleven doorontwikkelen, zoals Red Bull vorig jaar, daar nu prijs voor betalen. Omdat de reglementen dit seizoen anders zijn dan in 2023–24, blijft het echter onzeker welke strategie het meeste rendement zal opleveren. McLaren zelf kiest voorlopig voor doorwerken aan de huidige auto en vertrouwen in een binnenseizoenherstel.