Waarom Lando Norris niet meegaat in George Russells theorie over rijstijl
In dit artikel:
De nieuwe Formule 1-auto’s van 2026 zorgen voor opvallend grote verschillen tussen teamgenoten die op basis van gewone data-analyse niet altijd eenvoudig te verklaren zijn. Een belangrijke theorie is dat kleine verschillen in rijstijl de elektrische energiereserves beïnvloeden. Wie op een bepaald moment minder lading over heeft, krijgt op rechte stukken minder elektrische ondersteuning, haalt een lagere topsnelheid of komt eerder in de vermogensbeperkende ‘ramp-downfase’ terecht.
Volgens George Russell spelen deze effecten mogelijk een belangrijke rol in het verschil met Mercedes-teamgenoot Kimi Antonelli. Russell zegt inmiddels beter te begrijpen waar Antonelli sneller was en zijn rijstijl daarop te hebben aangepast. Sinds de zomerstop wist hij Antonelli in drie kwalificaties te verslaan en was zijn racetempo in twee wedstrijden vergelijkbaar. De aanpassing is echter bijzonder lastig, omdat coureurs nauwelijks testtijd op het circuit hebben en vooral in de simulator en tijdens vrije trainingen nieuwe technieken moeten leren.
Max Verstappen ziet juist aanwijzingen dat energiemanagement de invloed van de coureur kleiner maakt. Hij wijst op Liam Lawson, die in dezelfde Red Bull in eerdere jaren ver achter hem lag, maar in de 2026-auto bijna zijn tempo benadert. Ook Yuki Tsunoda was bij zijn eerste optreden met een Racing Bulls op Zandvoort direct competitief, al vergat hij later op Monza meerdere keren de zogenoemde Straightline Mode te activeren. Dat maakt de theorie minder eenduidig.
Toch herkennen Mercedes en McLaren patronen in de prestaties van hun coureurs. Het verschil tussen Russell en Antonelli en de strijd tussen McLaren-teamgenoten Lando Norris en Oscar Piastri suggereren dat de specifieke eigenschappen van de auto’s sommige rijstijlen beter belonen dan andere. De auto’s vragen om een ongebruikelijke omgang met gas, remmen en bochtensnelheid. Coureurs moeten hun referentiepunten zeer precies raken en leren samenwerken met de beperkingen van de wagen, in plaats van die met een traditionele rijstijl te forceren.
Norris verwerpt het idee dat hij dankzij een perfect passende rijstijl sterk is. Volgens hem is juist zijn aanpassingsvermogen zijn grootste kracht: de auto van 2026 rijdt volgens hem totaal anders dan die van vorig seizoen. Hij stelt dat er geen universele rijstijl bestaat en dat hij vooral heeft geleerd de auto die hij krijgt effectiever te benutten. Russell en Piastri rijden met een duidelijkere scheiding tussen remmen en sturen, terwijl Norris meer overlap tussen rem en gas gebruikt en de auto via de voorbanden laat roteren. Die verschillen kunnen bepalend zijn wanneer de balans en het vertrouwen in de auto veranderen.
Russell had aanvankelijk voordeel door zijn grotere ervaring en de sterke Mercedes, maar Antonelli maakte snel progressie door zich volledig op de nieuwe auto toe te leggen. Mercedes-teambaas Toto Wolff vergeleek hem na de Italiaanse Grand Prix met een zelflerende AI-agent. Antonelli versloeg Russell daar, vanaf de negentiende startplek, mede dankzij een gunstig getimede virtual safety car; een vergelijkbaar voordeel speelde ook een rol bij zijn overwinning in Spanje.
De discussie over rijstijl gaat volgens de analyse daarom niet alleen over techniek, maar ook over mentale weerbaarheid. Voormalig Mercedes-teamarts en performancecoach Elina Haukipuro waarschuwt dat coureurs slechte resultaten niet van race naar race moeten blijven meedragen. Wie objectief naar data en fouten kijkt, verantwoordelijkheid neemt en zich op de volgende wedstrijd richt, voorkomt een negatieve spiraal. Het seizoen 2026 wijst er daarmee op dat vooral coureurs die zich snel aan de eigenaardigheden van de auto’s aanpassen, succesvol zullen zijn.
Vandaag Inside: Johan Derksen is fan van Frank van Leeuwen als presentator: 'Maar hij moet niet...'