Waarom F1-teams en fabrikanten met meer vraagtekens dan ooit de GP van Mexico ingaan
In dit artikel:
De Formule 1 staat dit weekend op het Autódromo Hermanos Rodríguez in Mexico-Stad, op 2.286 meter hoogte. Door de ijle lucht is er ongeveer 20 tot 25 procent minder luchtdichtheid dan op zeeniveau. Dat stelt zowel de motoren als de auto’s voor extra problemen.
Voor de powerunits moeten turbo’s veel sneller draaien om voldoende zuurstof naar de verbrandingsmotor te voeren. Daardoor nemen de warmteontwikkeling, het risico op betrouwbaarheidsproblemen en vooral de turbo lag toe. Die laatste uitdaging is sinds 2026 groter, omdat de MGU-H is verdwenen en de turbo niet langer elektrisch kan ondersteunen. Ferrari kan dankzij zijn kleinere, sneller opspoelende turbo mogelijk voordeel hebben. Fabrikanten moeten bovendien controleren of hun motor bij het maximale turbot toeren nog genoeg druk levert; anders kan de verbrandingsmotor minder kracht produceren.
Honda, dat in Singapore nog met turbo lag worstelde, testte in Austin enkele tegenmaatregelen en zag daar verbetering. Volgens hoofdingenieur Shintaro Orihara moet Mexico echter uitwijzen of die oplossingen ook op grote hoogte werken. De vrije trainingen zijn daarom belangrijk om de motorinstellingen en de inzet van de MGU-K voor energieterugwinning af te stemmen.
Ook het chassis krijgt het zwaar te verduren. Teams kiezen in Mexico normaal gesproken voor zeer grote vleugels om het verlies aan downforce door de ijle lucht te compenseren. Door de actieve aerodynamica van de 2026-auto’s is die keuzevrijheid kleiner, waardoor coureurs minder grip hebben en waarschijnlijk veel meer zullen glijden. Het nieuwe asfalt kan dankzij extra bandengrip een deel van dat nadeel opvangen, maar de werkelijke effecten worden pas tijdens het weekend duidelijk. Daardoor gaan de teams met uitzonderlijk veel onzekerheden aan de start, zowel aan motor- als chassiszijde.
Vandaag Inside: In de Wandelgangen: Staan Hélène Hendriks en Jeanneau van Beurden open voor Boxing Stars?