Waarom Cadillac F1-team voorbeeld van Haas met Ferrari niet volgt
In dit artikel:
Cadillac, het Formule 1‑project van General Motors, gebruikt voor zijn eerste drie seizoenen motoren en de versnellingsbak van Ferrari, maar heeft bewust niet alle beschikbare klantonderdelen afgenomen. Technisch adviseur Pat Symonds benadrukt dat het team wil groeien richting een volwaardig fabrieksteam en daarom onderdelen als de versnellingsbakdrager en de achterwielophanging zelf ontwikkelde in plaats van simpelweg het complete achterwerk van Ferrari over te nemen — in tegenstelling tot het recente bedrijfsmodel van mede‑Ferrari‑klant Haas, dat juist veel meer kant‑en‑klare componenten gebruikte.
Het eigen motorproject van GM ligt volgens CEO Dan Towriss op schema en mikt er op om uiterlijk in 2029 een volledig eigen krachtbron te hebben. Tot die tijd blijft Cadillac als klantenteam bij Ferrari rijden, maar bouwt tegelijk intern eigen intellectueel eigendom en motorontwikkeling op. Towriss benadrukt dat die trajecten gescheiden blijven: Ferrari levert nu onderdelen, terwijl GM’s eigen powertrains door de GM Performance‑groep worden ontwikkeld.
Het besluit om niet alle klantonderdelen te kopen is ingegeven door strategische keuzes: alleen zo kan het team een eigen ontwerpfilosofie begrijpen en later doorontwikkelen. Tegelijk volgt Cadillac de toekomstige motorreglementen nauwlettend om de ontwikkeling van de nieuwe krachtbron af te stemmen op de eisen van de sport.