Waar Fernando Alonso de plank misslaat over het niveau in de F1
In dit artikel:
Fernando Alonso zorgde na de Grand Prix van de Verenigde Staten in Austin voor ophef met zijn oordeel dat het niveau van de coureurs in het onderste deel van de Formule 1-grid laag is. In Mexico hield hij aan die kritiek vast en noemde hij onder anderen Alex Albon. Veel coureurs namen het echter op voor de Williams-rijder. Albon stelde dat er geen echte pay drivers meer zijn en dat de huidige grid juist tot de sterkste in jaren behoort.
Volgens Liam Lawson ligt het grotere probleem niet zozeer bij de kwaliteit van de huidige coureurs, maar bij de beperkte en zeer dure toegang tot de Formule 1. Er zijn wereldwijd slechts 22 stoeltjes, terwijl talenten al vanaf jonge leeftijd grote bedragen nodig hebben voor karten, materiaal, tests en deelname aan opstapklassen. Daardoor krijgen veel coureurs volgens Lawson nooit de kans om hun kwaliteiten te tonen.
De invoering van budgetplafonds heeft Formule 1-teams financieel stabieler gemaakt. Sponsorgeld van coureurs is daardoor minder noodzakelijk dan vroeger, toen achterhoedeteams vaak afhankelijk waren van betalende rijders. Historisch werden die teams bovendien benadeeld door de verdeling van het prijzengeld, waardoor het verschil tussen rijke en arme teams groter werd. Hoewel de financiële regels binnen de Formule 1 inmiddels eerlijker zijn, blijft de route ernaartoe sterk afhankelijk van rijke ouders, sponsors of steun van een juniorprogramma. Lawson wijst erop dat zelfs in de kartsport kinderen met meerdere motoren en veel testmogelijkheden een groot voordeel hebben boven talenten zonder financiële middelen.
Vandaag Inside: In de Wandelgangen: Staan Hélène Hendriks en Jeanneau van Beurden open voor Boxing Stars?