VR46 tempert titeldroom ondanks succes van Fabio Di Giannantonio

vrijdag, 12 juni 2026 (19:22) - Motorsport.com

In dit artikel:

VR46 Racing Team houdt de verwachtingen beheerst ondanks de sterke seizoensstart van Fabio Di Giannantonio. Teambaas Pablo Nieto zei tijdens de Grand Prix van Hongarije dat de huidige vorm geen plotseling wonder is, maar het resultaat van jarenlange samenwerking tussen coureur en team en een veel betere wintervoorbereiding dan vorig jaar.

Cruciale factoren achter de verbetering zijn volgens Nieto het weggewerkte gebrek aan testkilometers (Di Giannantonio miste de wintertests na een sleutelbeenbreuk in Maleisië vorig jaar) en de gezamenlijke ontwikkeling van setup en rijstijl. Die wederzijdse kennis heeft geleid tot meer constantie: waar het team in 2025 schommelde tussen podia en plekken net binnen de top tien, levert 2026 regelmatigere prestaties op. Naast technische vooruitgang wijst Nieto ook op Diggia’s persoonlijke groei: meer ervaring en zelfvertrouwen verbeteren zijn racecraft.

Wat de relatie met Ducati betreft, stelt Nieto dat de fabrieksondersteuning gelijkwaardig blijft voor alle teams. Wel luistert Ducati mogelijk iets vaker naar Di Giannantonio’s feedback, maar dat heeft geen invloed op de formele steun die het team ontvangt.

Een wereldtitel is nog geen onderwerp binnen VR46. Nieto benadrukt dat de focus per race moet blijven en het nu te vroeg is om naar het kampioenschap te kijken; presteren per weekend is cruciaal. Hij waarschuwt voor het gevaar van te vroeg denken aan de titel en wijst op de sterke concurrentie — vooral Aprilia heeft momenteel iets dat VR46 nog mist, naast de andere Ducati-fabrieksrijders. Pas na de zomerstop of bij aanhoudend succes in de overzeese races wil het team over een herijking van doelstellingen nadenken.

Kort gezegd: voortgang door lange-termijnontwikkeling, betere wintertests en rijderrijping hebben VR46 in een stabielere fase gebracht, maar de aanpak blijft rustig en race-voor-race gericht. (Ter context: een MotoGP-weekend levert tegenwoordig maximaal 37 punten op — sprint plus hoofdwedstrijd — wat het belang van consistente weekendprestaties verklaart.)