Vowles: Oplossingen voor te zware Williams "staan al in mijn inbox"

woensdag, 11 maart 2026 (11:51) - Motorsport.com

In dit artikel:

Williams kwam in de Grand Prix van Australië afgelopen weekend duidelijk tekort: de FW48 bleef achter bij de concurrentie en het resultaat was meer teleurstellend dan verrassend. Het team kampte al met problemen sinds het shakedown in Barcelona moest worden afgebroken; vooraf verschenen berichten dat de nieuwe auto de crashtest niet had doorstaan en ruim 20 kilogram te zwaar was.

Technical director James Vowles benadrukte dat het verlagen van dat extra gewicht technisch goed te doen is — “Het is niet ingewikkeld om het gewicht omlaag te krijgen” — maar dat de budgetlimiet en logistieke kosten directe, grootschalige aanpassingen bemoeilijken. Williams wil daarom gewichtsverlies geleidelijk realiseren: door geplande upgrades tijdens het seizoen en door onderdelen te vervangen zodra ze het einde van hun berekende levensduur hebben. Dat is ook logisch omdat gewichtswinst in de Formule 1 meestal voortkomt uit veel kleine besparingen verspreid over de auto, niet uit één zwaar onderdeel.

Daarnaast hebben Mercedes-klantenteams zoals Williams nog altijd een achterstand in het optimaal benutten van de power unit vergeleken met het fabrieksteam. Onder de huidige motorregels raakt extra massa sneller de prestaties: zwaarder rijden vertraagt bochtsnelheid, vermindert de hoeveelheid teruggewonnen energie en beïnvloedt hoe die energie later in de ronde ingezet kan worden — nadelen die zich gedurende een ronde kunnen opstapelen.

Alex Albon zei dat er een “agressief plan” ligt en dat de fabriek dag en nacht werkt om terrein goed te maken; op papier is vooral het gewicht een duidelijke bron van tijdverlies. Een mogelijk sneller op te lossen pijnpunt is de betrouwbaarheid: in Australië viel Carlos Sainz’ bolide stil tijdens de derde vrije training, waardoor een kwalificatie-meting voor power-unitbeheer miste. Voor Williams blijft de prioriteit echter het terugdringen van massa binnen de beperkingen van het budgetplafond.