Vijf F1-auto's onder de hamer, waaronder iconische Ferrari's en Senna's Toleman
In dit artikel:
Elke twee jaar organiseert RM Sotheby’s in het Grimaldi Forum van Monaco een veiling met klassieke en historisch belangrijke raceauto’s, als aanvulling op de Grand Prix-activiteiten. Dit jaar gaat een selectie van vijf Formule 1-wagens onder de hamer — samen goed voor ongeveer 87 miljoen euro — waarvan de herkomst en racegeschiedenis de interest van verzamelaars en autosportfans sterk bepalen.
De Ferrari 312 T3 (1978) is het eerste opvallende lot. Gedeeld gereden door Gilles Villeneuve en Carlos Reutemann, breidde deze uitvoering de legendarische T-serie uit met een nieuw chassis, aangepaste monocoque en ophanging en een twaalfcilinder boxermotor. Visuele en aerodynamische wijzigingen waren bedoeld om beter met Michelin-banden te werken, maar Lotus’ 79 domineerde dat seizoen. Desondanks scoorde de 312 T3 vier overwinningen en droeg de T-reeks tussen 1975 en 1981 substantieel bij aan Ferrari’s successen.
Ook aangeboden wordt de Ferrari 642 (F1-91), een doorontwikkeling van het 641-chassis, ontworpen door Steve Nichols en Jean-Claude Migeot voor het seizoen 1991. Met coureurs als Alain Prost en Jean Alesi werden hoge verwachtingen gekoppeld aan de wagen, maar het seizoen viel tegen; de beste uitslag was een tweede plaats in Phoenix en de 642 werd halverwege seizoen vervangen door de 643. Het te veilen exemplaar is zeldzaam — één van slechts vijf chassis — en zijn motor diende later als basis voor de straatauto Ferrari F50.
Een historisch belangrijk stuk is de Toleman TG183B uit 1984, de eerste Formule 1-wagen van Ayrton Senna, ontworpen door Rory Byrne. De TG183B viel op door dubbele achtervleugels en radiatoren in de voorvleugel, maar die opzet veroorzaakte instabiliteit bij hoge snelheid. De wagen kreeg cultstatus als Senna’s debuutauto, maar na bandenconflicten en ontwikkelingen stapte het team over op de TG184.
De Fittipaldi F6/A (1979), ontworpen door Ralph Bellamy en aangedreven door een Ford Cosworth-motor, werd ingezet door Emerson Fittipaldi maar leverde geen WK-punten op. Het team, dat later materieel van Walter Wolf Racing overnam en de F7 introduceerde, sloot het seizoen als twaalfde af met slechts één punt — behaald met een tijdelijke F5A, ironisch genoeg niet met de F6/A zelf.
Tot slot staat een Jordan EJ13 showcar uit 2003 te koop, ontworpen door Gary Anderson en Nicolò Petrucci. Ondanks coureurs als Giancarlo Fisichella kende Jordan een moeilijk jaar door sponsorverlies en het vertrek van Honda; de teamwagen reed met verouderde Cosworth-motoren. De EJ13’s meest memorabele moment was Fisichella’s postume toekenning van de overwinning in de chaotische Grand Prix van Brazilië 2003. Juridische en financiële tegenslagen daarna versnelden het verval van het team.
De veiling in Monaco combineert zeldzaamheid, raceprovenance en technische verhalen; voor verzamelaars zijn zulke wagens niet alleen investeringen, maar ook tastbare stukjes autosportgeschiedenis.