Uitgelegd: Zo werkt actieve aero en dit moeten F1-coureurs precies doen in 2026
In dit artikel:
Bij de shakedown in Barcelona lieten vrijwel alle coureurs hetzelfde weten: de 2026-auto’s voelen duidelijk anders aan. Belangrijkste oorzaken zijn aanzienlijk minder downforce en de komst van actieve aerodynamica, gecombineerd met een nieuwere motorformule en veel meer elektrisch vermogen. De FIA verwacht dat minder vuile lucht en deze technische wijzigingen de races spannender en het inhalen makkelijker maken.
Actieve aerodynamica (Driver Adjustable Bodywork) speelt dit seizoen een grote rol. Op rechte stukken kunnen voor- en achtervleugel in een ‘straight line’-stand gaan om luchtweerstand te verlagen; coureurs bedienen dat zelf binnen vooraf vastgestelde activatiezones. De FIA meldt teams uiterlijk vier weken voor een raceweekend welke zones gelden. Deze zones worden aan de baan gemarkeerd, vergelijkbaar met DRS-borden, maar er zullen veel meer zones zijn en ze moeten elke ronde gebruikt worden — anders dan het oude DRS dat alleen werkte als je binnen een seconde van een voorganger zat. Vleugels sluiten handmatig aan het einde van een zone of automatisch bij liften/remmen.
Er bestaat ook een ‘gedeeltelijke’ modus voor slechte weersomstandigheden: alleen de voorvleugel schakelt naar straight line; de achtervleugel blijft in cornering-stand, zoals DRS in de regen werd geblokkeerd. Ferrari testte die gedeeltelijke stand al in Barcelona.
Naast de aerotaken krijgen coureurs nieuwe managementtaken. Overtake Mode vervangt DRS als inhaalhulp en het hybride-systeem levert tot 350 kW vanuit de elektrische componenten. Dat introduceert een tactisch spel over wanneer je harvest (opladen) en wanneer je deploy (inzetten) kiest. Teams zullen waarschijnlijk per circuit vergelijkbare strategieën ontwikkelen om niet kwetsbaar te zijn, wat voor kijkers soms weinig opvallende verschillen oplevert, maar voor rijders cruciaal blijft tijdens het rijden.
De vraag rijst of al die extra taken de workload te hoog maken. De FIA verdedigt de keuzes: men zoekt een balans waarbij coureurs actiever betrokken zijn en het beroep niet beperkt blijft tot ‘slechts een stuur en twee pedalen’. Er is bewust ruimte om na tests aanpassingen door te voeren als dat nodig blijkt. Er zijn nog weinig klachten; de meeste coureurs zeggen dat het wennen is en de rijstijl aangepast moet worden, maar dat het beheersbaar blijft. Andrea Kimi Antonelli vatte het samen: "Het kost tijd ... maar het is wel te doen."
Kortom: de 2026-regels brengen technisch ingrijpende veranderingen die het racen en de rol van de coureur ingrijpend beïnvloeden — met potentieel meer spektakel, maar ook meer bestuurlijke en tactische complexiteit in de cockpit.