Sainz kritisch op F1-auto's van 2026: "Dit past niet bij het DNA van de sport"
In dit artikel:
Veel coureurs, waaronder George Russell, Andrea Kimi Antonelli en Charles Leclerc, reageerden kritisch op de nieuwe Formule‑1-auto’s voor 2026, al riepen meerdere rijders op tot geduld. De seizoensopening in Melbourne toonde weliswaar meer inhaalacties dan vorig jaar, maar veel daarvan waren het directe gevolg van verschillen in resterende batterijenergie — soms maakte een rijder een inhaalactie omdat hij simpelweg meer accu overhad, zoals Gabriel Bortoleto opmerkte.
Williams‑coureur en medevoorzitter van de coureursvakbond GPDA Carlos Sainz zegt dat de huidige motorformule — waarin ongeveer de helft van het vermogen uit de elektromotor komt — voorlopig niet werkt. Na de vrije trainingen en de race in Australië concludeert hij dat de 50‑50 hybrideverdeling waarschijnlijk niet de definitieve oplossing is. Sainz verwacht dat motor‑ en softwareontwikkeling en teamontwikkeling de situatie kunnen verbeteren, maar benadrukt dat technische ontwikkeling beperkingen kent en dat aanpassing van de regels nodig zal zijn.
Zijn voornaamste kritiekpunt is het fenomeen ‘superclipping’: de MGU‑K fungeert op rechte stukken meer als generator, waardoor energie wordt opgeslagen maar topsnelheid juist daalt — in Melbourne zichtbaar naar bocht 9. Sainz stoort zich aan het lift‑and‑coast in kwalificatie en aan enorme snelheidsverschillen bij gebruik van boost/inhaalmodus (tot circa 60 km/u), wat inhaalacties kunstmatig maakt. Volgens hem moet energie helpen om een inhaalpositie te bereiken, niet om een tegenstander voorbij te rijden alsof die stilstaat; de huidige situatie "voelt niet als het DNA van deze sport."
Sainz benadrukt tegelijk dat coureurs geen engineers zijn en niet de regels moeten opstellen; zij geven feedback, maar het zijn de technische mensen en sportleiders die beslissingen moeten nemen. Hij erkent dat teams eigen prestatiebelangen hebben, en meent dat de Formule 1 sterk genoeg moet zijn om veranderingen door te voeren die het beste zijn voor de sport als geheel, ook als sommige teams daar nadeel van ondervinden.