OTD in 2021: Aston Martin Racing ziet het levenslicht
In dit artikel:
Lawrence Stroll kocht in 2019 het noodlijdende Force India en bouwde het in twee jaar om tot Aston Martin Racing; officieel werd de naam op 1 april 2020 gelanceerd. Om dat mogelijk te maken investeerde hij begin 2020 miljoenen in autofabrikant Aston Martin Lagonda en verwierf tijdens de coronacrisis met een consortium voor nog eens €293 miljoen de controle over het moederbedrijf. Zo legde hij de basis om het F1-team onder de iconische Britse merknaam te laten terugkeren.
Stroll zette groots in: hij veranderde de faciliteiten aan Dadford Road (vlakbij Silverstone) in een moderne campus met een eigen windtunnel, verdubbelde het personeelsbestand van circa 400 naar ruim 1.100 en haalde ervaren mensen weg bij concurrenten, zoals Dan Fallows, Martin Whitmarsh, Eric Blandin en Andy Cowell. Op raceniveau werden sterren als Sebastian Vettel en later Fernando Alonso aangetrokken; het doel was binnen vijf jaar mee te doen om wereldtitels.
Die ambitieuze opbouw kostte honderden miljoenen, maar de sportieve resultaten vielen tegen. De equipe eindigde aanvankelijk als zevende; met Alonso werd in 2023 en 2024 tweemaal de vijfde plaats bereikt, maar eind vorig jaar zakte het team terug naar plek zeven en dit seizoen staat Aston Martin zelfs laatste, achter nieuwkomer Cadillac. Stroll en het team hebben verschillende oorzaken aangevoerd: de pandemie, vertragingen bij de bouw van de campus en windtunnel, veel wisselingen in het management, snelle personeelsuitbreiding en afgelopen jaar een verschoven focus richting de reglementswijzigingen van 2026 en de samenwerking met Honda.
Nu ook de samenwerking met Honda stroef van de grond komt, rijst de vraag hoe lang Stroll geduld blijft houden. Hij verdiende zijn fortuin juist door strategisch kopen en verkopen, en heeft eerder op de groei van teamwaarden gewezen. Met de actuele hoge waardering van Formule 1-constructeurs ligt een mogelijke verkoop — en daarmee een flinke opbrengst — binnen de strategische opties.