Ontdekte Aston Martin de F1-problemen van Honda pas laat? "Het is een misverstand"
In dit artikel:
Tijdens het eerste raceweekend van het nieuwe F1-seizoen kwam een opvallende onthulling van Aston Martins technisch directeur Adrian Newey naar buiten: pas in november vorig jaar ontdekte het team dat Honda’s terugkeer naar de Formule 1 veel minder een hervatting van de oude succesvolle structuur was dan verwacht. Hoewel de fabrieksovereenkomst al in mei 2023 werd aangekondigd, bleek dat veel oorspronkelijke medewerkers niet waren teruggekeerd en dat de organisatie van Honda wezenlijk anders is dan in de glorieperiode met Red Bull en Max Verstappen.
Die constatering zette vraagtekens bij wat Aston Martin precies tekende; teamleden benadrukken echter dat de werkelijkheid genuanceerder ligt. HRC-president Koji Watanabe bestempelt het deels als “een misverstand” en licht toe dat Honda al langere tijd engineers roulerend inzet naar straatauto-productie en andere technologieprojecten (denk aan vliegtuigen, eVTOL’s, waterstof). Na het stoppen met F1-activiteiten eind 2021 en de aankondiging van een terugkeer in 2023, kostte het volgens Watanabe tijd om de F1-organisatie en -ontwikkelingen weer op te bouwen. Veel oorspronkelijke medewerkers werden in de tussentijd naar andere afdelingen of projecten verplaatst en keerden om uiteenlopende redenen niet terug.
Praktische consequenties zijn zichtbaar in betrouwbaarheid en prestaties. Een belangrijke technische complicatie is dat sommige trillingen die acceptabel lijken op testbanken veel sterker optreden zodra de krachtbron in het echte chassis wordt geplaatst. Dat wijst erop dat het probleem niet alleen bij de power unit ligt, maar om de interactie tussen motor en chassis gaat. Honda en Aston Martin werken daar nu nauw aan samen; projectleider Tetsushi Kakuda (Honda) en Enrico Cardile (Aston Martin) coördineren de ontwikkeling. Watanabe benadrukt dat de werkrelaties — ook met eigenaar Lawrence Stroll en Newey — goed zijn en dat er inmiddels voldoende organisatie en talent aanwezig is, maar dat er nog veel werk nodig is om het pakket betrouwbaar en competitief te krijgen.