On this day: Michael Schumachers laatste onsportieve actie
In dit artikel:
27 mei 2006, Grand Prix van Monaco: Michael Schumacher veroorzaakte tijdens de beslissende kwalificatie van de smalle straten om Monte Carlo een incident dat zijn reputatie zou bezien. In Q3 zette hij aanvankelijk een snelle tijd neer (1.13.898) waarmee hij voor Fernando Alonso en Kimi Räikkönen terechtkwam. Bij de laatste poging schoot Schumacher in La Rascasse rechtdoor en kwam tegen de muur tot stilstand; door de geelvlaggen kon Alonso zijn ronde niet verbeteren en verloor hij de polepositie met 0,064 seconde.
De context maakte het extra explosief: Alonso leidde het wereldkampioenschap ruim dankzij een sterke start van het seizoen, winst gaf toen tien punten, en in Monaco was Renault het hele weekend sneller geweest. Het incident leek verdacht, zeker omdat het eruitzag alsof Schumacher zijn auto opzettelijk parkeerde om een gele vlag te forceren. Ferrari’s coureur ontkende aanvankelijk stellig opzet en verwees naar een blokkeer- en motorstopsituatie en het verkeer achter hem, maar de paddock was sceptisch.
Na een acht uur durend onderzoek schrapten de stewards Schumacher uit de kwalificatie-uitslag. Ferrari-teambaas Jean Todt sprak van een gevaarlijk precedent; Renault’s baas Flavio Briatore beschreef de actie als bewust en onbegrijpelijk. De straf leidde tot fel debat over sportiviteit en grensgevallen in de nieuwe Q1–Q2–Q3-kwalificatieopzet, waarbij teams soms brandstof en strategieën benutten om de sessies te beïnvloeden.
Jaren later gaf de Sky Sports-documentaire The Race To Perfection nieuw inzicht. Teamgenoot Felipe Massa vertelde dat binnen Ferrari vooraf al gegrapt was over het veroorzaken van een gele vlag; volgens hem zette Schumacher die grap uiteindelijk wél in de praktijk en bekende hij een jaar later tegenover Massa dat het doelbewust was. Technisch directeur Ross Brawn karakteriseerde het gedrag als een uitbarsting van Schumachers allesoverheersende wil om te winnen — een moment van "kortsluiting" in zijn competitiedrang.
In de race zelf won Alonso overtuigend en verstevigde hij zijn WK-voorsprong (na Monaco 21 punten, later zelfs 25). Schumacher startte vanaf de achterste plaatsen (22) en knokte zich terug naar plek vijf, maar het duel om de titel zou uiteindelijk in Alonso’s voordeel beslissen. Het Monaco-incident bleef een van de meest besproken en omstreden momenten in Schumacher’s loopbaan, illustrerend hoe ver toppers soms gaan in hun jacht op succes.