Norris over F1-kwalificatie: "Die extra 1 à 2 procent is verdwenen"
In dit artikel:
De FIA kondigde vorige week aan het energiemanagement voor 2026 aan te passen om kwalificaties weer meer op de limiet te brengen en de veiligheid te vergroten. Kernmaatregelen zijn het verhogen van het zogenaamde superclipping-vermogen van 250 naar 350 kW en het beperken van de hoeveelheid energie die tijdens een kwalificatieronde teruggewonnen mag worden. Daarnaast wordt het inzetpatroon van elektrisch vermogen bijgesteld, met minder piekvermogen buiten de cruciale acceleratiezones. Hiermee willen de regelmakers grote snelheidsverschillen verkleinen — een factor in de crash van Oliver Bearman in Japan — en de noodzaak van kunstmatig energiebeheer verminderen.
McLaren-coureur Lando Norris merkt dat de veranderingen al zichtbaar zijn in hoe kwalificaties verlopen: computers en algoritmes spelen volgens hem een grotere rol, zeker afhankelijk van hoeveel rondes een systeem heeft kunnen 'leren' tijdens de trainingen. Waar eerder fouten vaak direct aan de rijder of de auto waren toe te schrijven, is dat nu minder eenduidig. Norris benadrukt dat het altijd draait om het maximale uit één ronde halen — remmen op het juiste moment, vroeg weer gas geven en snelheid meenemen — maar signaleert dat "die extra 1 à 2 procent die iemand kan pushen in de kwalificatie, is verdwenen." Dat kleine extraatje, zegt hij, maakte verrassingen en snelle poles mogelijk.
Hij wijst ook op een ongewenst bijeffect: soms wordt een fout juist beloond omdat die energie bespaart die later gebruikt kan worden. Hoewel Norris het respecteert wanneer iemand pole pakt — dat nog steeds knap werk vergt — mist hij het pure, onbeperkte grenzen opzoeken. Hij accepteert de huidige situatie en hoopt dat de FIA-aanpassingen de kwalificaties uiteindelijk spannender en veiliger maken.