Nieuw FIA-rapport onthult verrassend aantal betrokken F1-vrijwilligers
In dit artikel:
De FIA heeft via FIA University een onderzoek laten uitvoeren naar vrijwilligers in de autosport om duidelijkheid te krijgen over hun rol, behoeften en economische waarde. De data komen uit een enquête van de Sporting Organisers Working Group, waarbij organisatoren en promotors van de 24 Grands Prix in kaart zijn gebracht. Belangrijkste uitkomst: voor een gemiddeld F1-weekend waren in 2025 zo’n 838 vrijwilligers nodig, wat neerkomt op ruim 20.000 vrijwilligers over het seizoen. De meerderheid daarvan bestaat uit marshals. Vrijwilligers werken gemiddeld 48 uur per raceweekend, samen goed voor meer dan 965.000 gewerkte uren; twee derde gebruikt hiervoor vakantiedagen of onbetaald verlof.
Het rapport brengt ook financiëel inzicht: werving en opleiding van vrijwilligers kosten jaarlijks circa €11,1 miljoen, terwijl de geschatte waarde van het onbezoldigde werk rond €13,2 miljoen ligt. Tegelijk is de gemiddelde werkdruk van vrijwilligers naar schatting met zo’n 20% toegenomen, wat de FIA motiveert om de wereldwijde pool uit te breiden en beter te ondersteunen. Professionalisering van functies in de wedstrijdleiding en bij de stewards wordt nadrukkelijk genoemd als middel om meer consistentie in beslissingen te krijgen. Een eind 2025 gesloten overeenkomst tussen de FIA en het F1-management moet de federatie extra middelen geven om die verbeteringen door te voeren.
Aanbevelingen uit het rapport omvatten onder meer het aanstellen van een welzijnsdirecteur voor vrijwilligers, meer investering in onderzoek en technologie en een systematischer model voor vrijwilligermanagement. De FIA heeft al stappen gezet: een nieuwe Officials-afdeling om lokale opleidingen te centraliseren en te uniformeren, en een High Performance-programma dat talentvolle officials identificeert en opleidt. De eerste lichting liet al doorstroom zien — zes stewards kregen functies in FIA-geautoriseerde kampioenschappen en drie wedstrijdleiders worden in 2026 ingezet. Ook staat een Centre of Excellence in de planning als opleidingscentrum om zowel kwaliteit als kwantiteit van officials te vergroten.
Positieve kanttekening: veel vrijwilligers blijven lange tijd actief (meestal minstens vijf jaar), gemotiveerd door opleiding, kameraadschap en doorgroeimogelijkheden ondanks persoonlijke offers. F1-wedstrijdleider Rui Marques illustreert dit met zijn eigen loopbaan: hij begon op zijn 18e als marshal en noemt de groep een ’familie’. Hij signaleert bovendien dat de marshals in de Formule 1 de afgelopen jaren jonger zijn geworden, deels door de populariteit van de sport via media zoals Drive to Survive — een ontwikkeling die volgens hem de staf verjongt zonder de waarde van ervaren vrijwilligers te ondermijnen.