Nielsen ziet Alpine groeien, maar vreest upgrade-oorlog in F1
In dit artikel:
Alpine noteert in de vroege fase van het F1‑seizoen 2026 beperkte vooruitgang, maar voelt de druk van een hectische ontwikkelingsstrijd. Sportief directeur Steve Nielsen zegt dat het team deze race een nieuwe achtervleugel meenam — eigenlijk bedoeld voor later — die door een wijziging in de kalender versneld werd ingezet. Er was slechts één exemplaar beschikbaar, dat pas halverwege de week arriveerde en ter plaatse werd opgebouwd; in Montréal staan er volgens hem vier gepland.
De upgrade lijkt effect te hebben, maar harde conclusies zijn moeilijk omdat er maar één vrije training was en teams vaak meerdere wijzigingen tegelijk testen. Nielsen wijst ook op het volume-aanpassingen van rivalen als Ferrari en McLaren, die veel meer onderdelen meenemen.
Goed nieuws voor Franco Colapinto: hij rijdt nu met een lichter derde chassis, waardoor het team rond het minimumgewicht zit en zijn prestaties verbeteren ten opzichte van de eerdere races waarin hij moeite had met het tempo van teamgenoot Pierre Gasly.
De samenwerking met Mercedes als motorleverancier is nog een leerproces, vooral op het gebied van energiebeheer; Alpine moet zich aanpassen aan andere operationele kaders dan toen het een fabrieksteam was. Een blijvende zwakte is de balans in snelle bochten — onderstuur — waar men met nieuwe voorvleugelonderdelen aan werkt. Nielsen waarschuwt bovendien voor mogelijke reglementswijzigingen (zoals hogere brandstofdoorstroming) die grote gevolgen kunnen hebben, bijvoorbeeld de noodzaak van een nieuw chassis. Kortom: er is vooruitgang, maar in de huidige F1‑omgeving is dat zelden genoeg om echt terrein te winnen.