Motorenchef geeft inkijkje: Zo hebben Red Bull en Ford hun F1-project opgebouwd

vrijdag, 16 januari 2026 (17:22) - Motorsport.com

In dit artikel:

Donderdag werd in Detroit formeel de samenwerking tussen Red Bull en Ford aangekondigd, maar het motorproject van Red Bull liep al ruim vier jaar op de Red Bull Campus in Milton Keynes. De officiële launch was vooral symbolisch: het echte werk begon begin 2022 toen Red Bull begon aan de bouw van een eigen powertrains‑faciliteit (het Jochen Rindt‑gebouw) en in augustus 2022 de eerste V6‑fire‑up plaatsvond — een mijlpaal die oprichter Dietrich Mateschitz nog meemaakte.

Waarom Red Bull eigen motoren bouwt
De motivatie is tweeledig: onafhankelijkheid en technische synergie. Na teleurstellende ervaring met Renault en het onverwachte vertrek van motorpartner Honda wilde Red Bull niet opnieuw klant zijn bij een ander fabrieksteam. Christian Horner en anderen geloven dat het ontwerpen van chassis en power unit onder één dak op termijn prestatiewinst oplevert, onder meer door betere integratie tussen motor en auto.

Hoe het programma van start ging
Het plan bestond uit twee sporen: een fysieke fabriek en een team samenstellen. Red Bull schakelde topmensen binnen, onder meer van Mercedes High Performance Powertrains, Honda en bedrijven als AVL. Ben Hodgkinson, aangesteld in april 2021 als directeur van Red Bull Powertrains, begon in een klein kantoortje met vijf mensen; binnen enkele jaren groeide de afdeling naar ongeveer zevenhonderd medewerkers. Mark Rushbrook van Ford Performance sprong in toen gesprekken met Porsche stukliepen; Ford trad op als partner voor zowel financiering als technische input.

Organisatie en cultuur
Het opbouwen van een nieuwe motorenfabriek voelde voor velen als een start‑up: razendsnelle groei, rollen die dagelijks verschoof en een mix van culturen die samengebracht moest worden. Die diversiteit bleek juist een voordeel voor innovatie — ambitieuze, risicozoekende engineers pasten goed bij Red Bulls dynamiek. Tegelijk was het een uitdaging om processen, bevoegdheden en efficiëntie in te richten waar bij gevestigde fabrikanten die structuren al bestonden.

Technische aanpak
Red Bull begon technisch met de interne verbrandingsmotor (ICE). De “build shop” is opgesplitst: één helft voor volledige V6‑installaties en één helft gericht op enkele cilinder‑tests. Het gebruik van een enkele cilinder versnelt en verlaagt de kosten van proefontwikkeling — een slimme keuze gezien het budgetplafond en de noodzaak van snelle iteraties. Die aanpak verschilt van Honda, dat aanvankelijk meer op elektrische componenten inzette; beide routes zijn logisch gezien de verschillende startsituaties en expertises.

De vraag naar onmiddellijke concurrentiekracht
Of Red Bull Powertrains meteen op het hoogste niveau kan concurreren blijft onduidelijk. Hodgkinson vergelijkt de race tegen de concurrentie met een 400‑meter sprint die je in je eentje loopt: je kunt alleen je eigen maximale tempo bepalen, niet precies weten hoe anderen presteren. Hij is wel overtuigd dat de faciliteiten, mensen en middelen aanwezig zijn om op termijn succes te boeken, maar erkent dat directe topresultaten niet gegarandeerd zijn.

Samengevat
Red Bulls motorprogramma is geen impulsief project: het is jarenlange voorbereiding, grote investeringen en gerichte werving gecombineerd met een partner in Ford. De strategie richt zich op autonomie en technische integratie, met een operationele aanpak die snelheid en kostenbewust testen prioriteert. Of die mix onmiddellijk tot kampioenschappen leidt, moet de tijd uitwijzen — maar het bedrijf staat volgens de leiding op papier zo goed mogelijk opgezet om die kans te grijpen.