MotoGP overweegt aantal motoren per rijder te beperken in 2027
In dit artikel:
Fabrikanten hebben in de onderhandelingen over de commerciële afspraken voor 2027–2031 een voorstel neergelegd om MotoGP-rijders nog maar één motorfiets per raceweekend toe te staan, met ingang van 2027. Doel is vooral kostenbesparing — niet alleen minder productie van complete machines, maar ook minder technisch personeel — al is nog onduidelijk hoeveel geld dit precies oplevert.
Omdat het om een reglementswijziging gaat, moet het plan eerst worden goedgekeurd door de Grand Prix Commission (met vertegenwoordigers van MotoGP SEG, de FIM, IRTA en MSMA). Als het groen licht krijgt, brengt dat de MotoGP in lijn met Moto2 en Moto3, waar rijders sinds 2010 met één machine rijden, zij het dat teams daar uit reserveonderdelen alsnog een tweede motor kunnen opbouwen.
Het meest waarschijnlijke model is het World Superbike-protocol: officieel één motor per rijder, maar een volledig geprepareerde reservemachine in de garage of truck die na goedkeuring van de technische stewards ingezet mag worden bij ernstige schade.
De verandering heeft strategische gevolgen: teams kunnen niet langer simultaan aan twee verschillende afstellingen werken en moeten hun raceplanning aanpassen. Ook raakt het de huidige flag-to-flagprocedures; in plaats van tijdens een nat-droog wisselmoment van motor te wisselen, zou men kunnen overstappen op een pitstop voor bandenwissel met een minimale verplichte stopduur zoals in WorldSBK, om gevaarlijke herintredens te voorkomen.