MotoGP-coureurs kraken plan voor één motor per rijder in 2027
In dit artikel:
Fabrikanten en de MotoGP onderzoeken of rijders in de koningsklasse voortaan nog maar één motor per weekend mogen gebruiken, als kostenbesparende maatregel en om het reglement gelijk te trekken met Moto2, Moto3 en de Formule 1. Het voorstel zou betekenen dat teams niet langer met een directe reservemotor kunnen werken, wat gevolgen heeft voor opstellingen, herstel na crashes en de mogelijkheid om tijdens een race van afstelling te wisselen.
Meerdere toppers reageren terughoudend tot negatief. KTM-coureur Pedro Acosta noemt het “een heel slecht idee” omdat een kapotte motor in vroege sessies een weekend snel kan beëindigen; hij wijst erop dat een team niet zomaar een complete motor vanaf nul opnieuw kan opbouwen binnen enkele uren. Honda-rijder Luca Marini vreest ook dat de show eronder lijdt: het spectaculaire beeld van een rijder die in de kwalificatie crasht, naar de pits sprint en op de reservemotor alsnog pole pakt, zou verdwijnen. Fabio Quartararo benadrukt dat flag-to-flag-races—waarbij bij wisselend weer wordt overgestapt naar een regenafstelling—zonder tweede motor lastiger te realiseren zijn. Aprilia’s Jorge Martin staat afwachtend, terwijl Joan Mir nuchter opmerkt dat één motor geen probleem is als dat voor iedereen geldt; hij wijst op zijn ervaring in Moto2/Moto3.
Praktische voorbeelden in recente races illustreren de discussie: Pedro Acosta kon in Catalonië herstarten na een technisch probleem dankzij een tweede motor, en Marc Márquez gebruikte zijn reserveblok om de sprint in Le Mans te winnen. Tegenargumenten benadrukken dat echte besparingen beperkt kunnen zijn omdat fabrikanten waarschijnlijk alsnog een reserve achter de hand houden, en dat de overgang naar nieuwe motorformaten (zoals de al besloten 850cc) grotere kostenposten zijn.