Miller over Yamaha-problemen: "Op rechte stukken naar de slachtbank geleid"
In dit artikel:
Yamaha worstelt met de overgang naar een nieuw V4-motorblok: de 2026‑M1 ontbreekt vermogen en verloor daarbij ook enkele karakteristieke pluspunten zoals remstabiliteit en bochtentempo die de viercilinder eerder bood. Dat bleek in de eerste drie Grands Prix dit seizoen, en vooral tijdens de GP van de Verenigde Staten op het Circuit of the Americas, waar de vier Yamaha‑machines als laatste vier over de streep kwamen. Rookie Toprak Razgatlıoğlu was de beste Yamaha‑rijder met plek vijftien en het eerste MotoGP‑punt voor hem.
Opvallend is het snelheidstekort op de rechte stukken. Álex Rins noteerde met 342,4 km/u de topsnelheid voor Yamaha, ruim zes km/u langzamer dan de snelste machine van Marc Márquez; Quartararo en Razgatlıoğlu hadden zelfs meer dan tien km/u achterstand. Vergelijkingen met de Ducati GP25 — onder meer door Jack Miller in de sprintrace tegenover Franco Morbidelli — maakten haarfijn duidelijk hoeveel vermogen en topsnelheid de M1 mist: "Zodra we het gas vol openen op de rechte stukken, kun je niets meer doen," zei Miller.
Yamaha hoopt de schade te beperken met upgrades die naar Jerez moeten komen of op de testdag daarna. Er wordt gewerkt aan een nieuwe swingarm, een ander chassis en kleine motoraanpassingen; de uitgestelde GP van Qatar (verplaatst naar november) creëert een onverwacht gat van vier weken dat gebruikt kan worden om onderdelen te ontwikkelen. De late keuze voor het V4‑project — pas definitief in Valencia 2025 — maakte de ontwikkeling al krap en dwong het team tot snelle implementatie begin dit seizoen.
Miller erkent de zwaarte van de klus en de voortdurende prestatiedruk vanuit de data, maar blijft relatief positief over zijn eigen racegevoel in Austin en dringt aan op volhouden en doorontwikkelen: de MotoGP wacht op niemand, dus Yamaha moet snel leren en verbeteren om competitief te worden.