Max Verstappen zag 'Mario Kart-achtige dingen' in inhaalrace F1 Australië
In dit artikel:
Max Verstappen moest in de Grand Prix van Australië vanaf de twintigste startpositie beginnen nadat hij in Q1 crashte en geen tijd neerzette. Vanaf P20 maakte hij een sterke start en klom snel richting de top tien; uiteindelijk eindigde hij als zesde en kreeg de publieksprijs Driver of the Day.
Verstappen begon op de harde band, kon daardoor langer rijden dan veel concurrenten maar kwam relatief vroeg naar binnen voor mediums, waardoor een tweestopper onvermijdelijk werd. Vanaf de vijfde plek maakte hij een tweede pitstop, ging terug op hards en probeerde Lando Norris te passeren, maar slaagde daar niet in. Door die extra stop kwam hij zo’n 54 seconden na winnaar George Russell over de streep — één pitstop kost op Albert Park grofweg twintig seconden. In tegenstelling tot teamgenoot Isack Hadjar kon Verstappen de race wel uitrijden; Red Bull toonde daarmee dat ze in de buurt van McLaren kunnen komen.
Tegelijkertijd klaagde hij over veel graining en remproblemen: de auto trok naar één kant en het stuurgevoel was slecht, iets wat volgens Verstappen geen nieuw probleem is. Over de eerste race met de nieuwe regels en auto’s was hij kritisch; hij omschreef het verloop als “chaos” en sprak over Mario Kart-achtige taferelen in het middenveld. Positief is dat de motor vermogen toont en inhalen mogelijk was, maar vooraan meedoen lukt nog niet — de auto heeft volgens hem nog ontwikkelwerk nodig. Toen hem werd gevraagd of er lichtpuntjes zijn in de nieuwe regels, antwoordde hij ondubbelzinnig: “Niet voor mij.”