Márquez snelste in eerste training Brno, Quartararo verrast met P2
In dit artikel:
Op het vernieuwde circuit van Brno trapte het MotoGP-weekend onder hete, zonnige omstandigheden af: ruim 28 graden in de lucht en circa 40 graden op het asfalt. De vrije training verliep vanaf het begin rommelig met meerdere crashes — onder anderen Pedro Acosta (bocht 9), Maverick Viñales (bocht 8), Marco Bezzecchi (geen tijd gezet, grindbak bocht 13) en Diogo Moreira (na een snelle ronde hard onderuit in bocht 8, maar kon op eigen kracht opstaan).
Ducati-rijders bepaalden vroeg het beeld op de tijdenlijst. Fabio Di Giannantonio en Francesco Bagnaia stonden aanvankelijk bovenaan; Bagnaia had zich vooraf optimistisch uitgelaten over Brno, mits hij de noodzakelijke achtergrip vindt. Later nam Marc Márquez de leiding, zette zijn eigen toptijd nog eens bijna drie tienden scherper en bouwde een voorsprong van meer dan zeven tienden op. Zijn sessie eindigde echter met een val in bocht 7, die zelf weinig leek maar zijn training beëindigde en door de daaropvolgende gele vlag het slot van veel rijders versperde.
Jorge Martín kende een lastig oefenuur door een fout die hem onbedoeld de pitstraat in stuurde en later technische problemen; hij kon pas verder op een reservefiets. Raúl Fernández, net drie dagen hersteld van een blindedarmontsteking, noteerde knap de tweede tijd achter Márquez voordat Quartararo in de slotfase op een medium achterband verrassend nog naar P2 schoof. Fernández eindigde derde, gevolgd door Joan Mir en Ai Ogura. Bagnaia werd zesde; Aldeguer en Di Giannantonio completeren de top acht. Acosta werkte zich voor het vallen van de vlag naar P9.
Aprilia had een matige start: Martín werd veertiende, Bezzecchi zestiende. Opmerkelijk was de rentree van Álex Márquez: een maand na zijn zware crash in Catalonië keerde hij terug op het circuit, reed elf ronden ondanks sleutelbeen- en wervelletsels en noteerde P18; verdere deelname hangt af van een nieuwe medische keuring.
Het Oranje Café: Arnaut Danjuma vertelt over Abdelhak Nouri: 'Ik ben eergisteren nog bij hem thuis geweest'