Marc Marquez steekt hand in eigen boezem na moeizame British GP, maar raakt niet in paniek
In dit artikel:
Marc Márquez eindigde zondag als zevende in de Britse Grand Prix op Silverstone, nadat hij de race als derde was begonnen. De Ducati-fabrieksrijder had niet genoeg snelheid om vooraan mee te strijden en kon ook het tempo van merkgenoten Álex Márquez en Fabio Di Giannantonio niet volgen. Aprilia was het hele weekend sterker dan Ducati.
Na een eerder probleem met de achterband in de sprintrace werd zijn tegenvallende optreden aanvankelijk aan de banden toegeschreven. Márquez benadrukte echter dat de band en de motor zondag goed functioneerden. Volgens hem lag het resultaat vooral aan zichzelf: hij vond geen manier om sneller te rijden. Een vijfde plaats was volgens hem hooguit een optimistisch doel, terwijl de zevende plek vooraf al waarschijnlijk leek.
Márquez heeft traditioneel moeite met de lay-out van Silverstone. Door zijn herstel van een schouderblessure kan hij zwakke punten bovendien minder goed compenseren met extra snelheid in andere bochten. Hij voelde zich tijdens één snelle ronde beter dan voorheen, maar had vooral problemen om dat tempo gedurende de hele race vast te houden.
De tegenvallende Britse Grand Prix volgt op een sterke reeks met drie zeges in vier races vóór de zomerstop. Márquez zakte daardoor van de derde naar de vierde plaats in het kampioenschap en staat nu 40 punten achter Aprilia-rijder Jorge Martín. Toch zegt de Spanjaard niet in paniek te raken. Hij blijft voor de titel gaan, maar wil realistisch blijven en alleen voluit vechten wanneer hij zich sterk genoeg voelt op de motor.
De Oranjezomer: Noa Vahle over mogelijke Ajax-transfer: 'Dat zou ik wel opvallend vinden!'