Marc Márquez domineert sprintrace: "Ik ben sterker dan ik verwachtte"
In dit artikel:
Marc Márquez, de regerend wereldkampioen op de Ducati, maakte opzienbarend herstel zichtbaar tijdens het Grand Prix-weekend in Hongarije. Nog geen maand geleden werd hij aan voet en schouder geopereerd en moest hij de Grands Prix van Frankrijk en Catalonië laten schieten; zijn rentree in Mugello leverde nog geen topresultaat op. Op zaterdag aan het Balaton Park Circuit draaide hij dat om: hij pakte zijn 76e pole-position in de MotoGP en won ’s middags de sprintrace overtuigend.
Márquez zette in de sprint vroeg een gat van bijna twee seconden neer op Pedro Acosta en de rest van het veld, en hield dat verschil vervolgens vrijwel intact. Zijn tactiek was simpel: in de eerste drie ronden vol aanvallen om vervolgens het tempo te managen en lichaam en materiaal te sparen voor de zondagse Grand Prix. Hij omschreef het weekend als schakelen tussen sparen, maximaal gaan en daarna beheersen.
Het Hongaarse circuit met veel linkerbochten bleek hem goed te liggen — circuits “tegen de klok” spelen in zijn voordeel — en hij zegt dat hij beter begint te spelen met zijn lichaam, waardoor zijn linkerbochtenwerk is verbeterd ten opzichte van het begin van het seizoen. Toch waakt hij voor overmoed: zondag moeten er 26 ronden worden gereden (tegen 13 in de sprint), wat een grotere fysieke belasting betekent. Ook refereerde hij aan een fout van vorig jaar bij de start die hem terugwierp; die situatie wil hij nu beter managen.
Kort samengevat: Márquez toont na recente operaties weer sterke snelheid en racecontrole in Hongarije, maar het echte examen volgt zondag, wanneer uithoudingsvermogen en starts cruciaal blijken.