Manthey stelt radicale BoP-hervorming DTM voor, rivalen vermoeden tactisch spel
In dit artikel:
Het Manthey-team heeft een uitgebreid, recent voorstel ingediend om de Balance of Performance (BoP) in de DTM fundamenteel te wijzigen: nog maar één BoP-aanpassing per raceweekend in plaats van de tot nu toe gebruikelijke tot drie wijzigingen. Manthey-presentatie (ruim dertig pagina’s) wil zo meer stabiliteit creëren en voorkomen dat het classificatiesysteem telkens reageert op incidentele toprondes of wisselende omstandigheden.
Racing Director Patrick Arkenau legt uit dat de huidige praktijk vaak leidt tot grote, elkaar opvolgende correcties omdat men telkens wil afstemmen op de “perfecte” sessie. Manthey pleit ervoor meer naar seizoensmatige trends te kijken — welke merken structureel in welk performance-venster zitten — en kwalificatie en race samen te beoordelen met een vaste weging (aan de hand van een formule met microsectoren) in plaats van per sessie te schuiven. Ook betwijfelen ze of circuitverschillen zoveel effect hebben dat ze grote weekend-tot-weekend-aanpassingen rechtvaardigen; team- en voertuigontwikkeling zou volgens hen zwaarder moeten meewegen.
Concurrentie reageert verdeeld en soms wantrouwend. HRT-teambaas Ulrich Fritz erkent het bezwaar tegen voortdurende wijzigingen, maar waarschuwt dat een limiet van één aanpassing politiek exploiteerbaar kan zijn: een team dat het spel doorheeft kan zijn strategie hierop afstemmen en zo voordeel halen. BMW-teambaas Torsten Schubert eist openheid van Manthey, verwijzend naar incidenten op Spielberg waarbij plotselinge snelheidsverschillen van Manthey-wagens vragen opriepen. Mercedes-ambassadeur Bernd Schneider waarschuwt dat een vroege wijziging op vrijdag een heel weekend voor één merk kan verpesten als niet alle prestaties al zichtbaar zijn. Lamborghini-teambaas Gottfried Grasser steunt het idee inhoudelijk, maar vindt de timing ongunstig gezien het gebrek aan data over de nieuwe Pirelli DTM-band dit seizoen.
Kortom: Manthey wil proactief de BoP minder reactief en meer trendgericht maken om sportieve prestaties beter te laten tellen. Tegenstanders vrezen strategisch misbruik en pleiten voor transparantie en voldoende data voordat zo’n ingreep wordt ingevoerd. De discussie over het juiste evenwicht tussen gelijke kansen en waardering van zuivere prestaties blijft daarmee centraal staan in de DTM.