Loeb wijst banden aan als zwakke schakel na vierde plek in Dakar
In dit artikel:
Sébastien Loeb reisde naar Saudi-Arabië met de hoop op zijn eerste Dakar-zege, maar zijn aanval liep al vroeg vast door een reeks lekke banden. In etappe 3 raakte hij zonder reservebanden achterop, terwijl hij naar eigen zeggen op "slechts 20 procent van het potentieel van de auto" reed en bijna stil kwam te staan. Die bandproblemen bleven hem de eerste week lastigvallen; in de tweede week herstelde hij geleidelijk en profiteerde hij van navigatiefouten bij Ford-rijders en pech bij de toen leidende Toyota-coureur Henk Lategan.
Uiteindelijk finishte Loeb als vierde in het eindklassement, op slechts 37 seconden van de laatste podiumplek achter Ford-rijder Mattias Ekström. Loeb trekt de conclusie dat betrouwbaarheid in Dakar is verschoven: moderne auto’s zijn extreem krachtig en robuust en onderling erg gelijk, waardoor rijders moeten pushen om verschil te maken — en dat maakt banden tot de zwakke schakel. Bandenleverancier BFGoodrich veranderde dit jaar de interne structuur van zijn cross-countrybanden; de aanpassing verminderde schade aan het loopvlak maar maakte de zijwangen kwetsbaarder, wat vooral op het rotsachtige terrein van de openingsweek voor onvoorspelbare lekke banden zorgde.
Mechanisch had Loeb verder weinig te klagen: buiten een probleem met de stuurbekrachtiging, dat hij volgens de marathonetapperegels zelf verholpen heeft, hield het materiaal zich goed. Teamgenoot Nasser Al-Attiyah had veel minder bandenzorgen en pakte zijn zesde Dakar-titel. Loeb blijft realistisch: hij heeft geen spijt van de poging en vindt vierde worden niet dramatisch, maar benadrukt dat er de komende jaren iets aan de banden moet gebeuren.