Interview - De race- en levenslessen die Allan McNish leerde van Ayrton Senna en Audi
In dit artikel:
Allan McNish ziet zijn nieuwe functie als racedirecteur van Audi’s Formule 1-project als een logische volgende stap na een veelzijdige carrière aan beide kanten van de pitmuur. De Schot klom eind jaren tachtig op via de Britse formuleklassen en werd in 1989 McLaren-testcoureur. Tijdens zijn eerste F1-test op Estoril reed hij naast Ayrton Senna, een ervaring die hem leerde dat talent alleen niet volstaat: succes vereist ook discipline, detailgerichtheid en een sterke werkethiek.
Een vaste plek in de Formule 1 kwam er pas in 2002, toen McNish op 32-jarige leeftijd voor Toyota debuteerde. Daarvoor had hij al naar schatting 20.000 tot 30.000 kilometer met F1-auto’s getest, onder meer voor McLaren en Benetton. Zijn late en omwegachtige route naar de F1 maakte hem volgens eigen zeggen veerkrachtiger. Na één seizoen bij Toyota keerde hij terug naar Audi, waar hij uitgroeide tot een steunpilaar van het succesvolle prototypeprogramma. Hij won de 24 uur van Le Mans drie keer, in 1999, 2008 en 2013.
McNish bleef na zijn laatste seizoen als coureur in 2013 actief binnen de Audi-familie. Hij werd onder meer rijdersmanager, adviseur en uiteindelijk teambaas in de Formule E. Die ervaring vormde samen met zijn jaren als coureur de basis voor zijn huidige F1-rol. Als coureur leerde hij engineering, strategie, bandenmanagement en communicatie kennen, maar hij erkent dat een rijder vooral vanuit zijn eigen prestaties denkt. In een leidinggevende functie moet hij het succes van het volledige team beoordelen.
Volgens McNish verschillen Formule 1 en Formule E sterk in omvang, technologie en verfijning, maar blijven de basisprincipes hetzelfde: goed voorbereiden, op het juiste moment beslissingen nemen en op het circuit presteren. Hij zegt veel te hebben geleerd van leidinggevenden als Audi-racebaas Wolfgang Ullrich en Dieter Gass, en vanuit de Formule 1 ook van Mattia Binotto. Ullrich leerde hem dat autosport niet alleen om technologie draait, maar vooral om mensen, teamopbouw en het combineren van de juiste persoonlijkheden.
De samenwerking met Audi ontstond nadat Porsche zijn raceprogramma’s had stopgezet. McNish en Ullrich bereikten aanvankelijk op basis van een handdruk een akkoord, een teken van het vertrouwen dat volgens McNish de relatie typeerde. Binnen Audi heerste een duidelijke winnaarsmentaliteit: na verlies werd niemand aangewezen als schuldige, maar zocht het team gezamenlijk naar oplossingen. Die langetermijnvisie en bereidheid om hard te werken beschouwt McNish als een belangrijke les voor Audi’s F1-project, waar volgens hem geen snelle oplossingen bestaan.
McNish besloot zijn racecarrière bewust te beëindigen nadat hij in 2013 met Tom Kristensen en Loïc Duval het World Endurance Championship, Le Mans en de zes uur van Silverstone had gewonnen. Hij wilde stoppen voordat hij zelf de zwakke schakel zou worden. De overstap naar het management was niet vooraf gepland: Audi vroeg hem aanvankelijk onderzoek naar Formule E te doen en schoof hem vervolgens naar voren als teambaas. Hoewel hij eerder twijfelde of hij wel met veeleisende coureurs wilde werken, accepteerde hij de uitdaging.
Over de moderne Formule 1 zegt McNish dat data veel meer dan vroeger bepaalt wat teams en coureurs weten. Toch blijft de stopwatch volgens hem de uiteindelijke waarheid. Data is slechts een momentopname; het verschil wordt gemaakt door de manier waarop die gegevens worden geïnterpreteerd en omgezet in betere prestaties.
De Oranjezomer: Johnny de Mol neemt afscheid van De Oranjezomer en bedankt Raymond Mens: 'Beetje verliefd geworden!'