Haas vreest gevolgen van hoger budgetplafond voor F1-motoren
In dit artikel:
Het F1‑seizoen van 2026 heeft problemen opgeleverd door de grote afhankelijkheid van elektrische energie uit de nieuwe krachtbronnen: coureurs moeten de accu meerdere keren per ronde bijladen, wat onnatuurlijke rijstijlen afdwingt, en auto's lopen op rechte stukken soms zonder elektrische boost, met hoge naderingssnelheden en veiligheidsrisico's als gevolg. Na kleine aanpassingen aan de energiedistributie in Miami onderzoeken F1‑aandeelhouders nu ingrijpende technische en sportieve wijzigingen, inclusief mogelijke hardwareaanpassingen voor 2027.
Op tafel ligt een voorstel om de vermogensverdeling te verschuiven naar circa 60% verbrandingsmotor (V6) en 40% elektrisch. Dat kan bereikt worden door de brandstofdoorstroming te verhogen, de limieten voor energiedistributie te verlagen en de batterijcapaciteit te vergroten, zodat auto's niet zo vaak zonder elektrische energie komen te zitten. Zo’n koerswijziging zou echter teams dwingen tanks en mogelijk chassis opnieuw te ontwerpen — iets veel teams wilden vermijden omdat ze juist plannen hadden hergebruiken om kosten te besparen.
Haas‑teambaas Komatsu waarschuwt scherp tegen maatregelen die de kosten opjagen: “Het is belachelijk duur,” zei hij, en hij verzet zich ook tegen een structurele verhoging van het budgetplafond om éénmalige aanpassingen op te vangen. Volgens hem ondermijnt elk stapsgewijs oplopend plafond het doel van kostbegrenzing. Tegelijk erkent Komatsu dat kleinere, goed afgebakende wijzigingen — die geen volledige herhomologatie of fundamentele ontwerpaanpassingen vereisen — mogelijk uitvoerbaar zijn en gewenst kunnen zijn voor veiligheid en spektakel.
Kortom: de F1‑leiding zoekt naar een balans tussen verbeterde veiligheid en rijbeleving enerzijds en het beperken van extra kosten en ontwerpimpact voor teams anderzijds, met mogelijke ingrepen die in 2027 zichtbaar worden.