Francesco Bagnaia verklaart crash in Franse GP: "Ik wilde niet verliezen"
In dit artikel:
Francesco Bagnaia domineerde het Le Mans-weekend van Ducati aanvankelijk: na directe kwalificatie voor Q2 pakte hij zaterdag de pole voor de Grand Prix van Frankrijk. In de sprintrace op zaterdag eindigde hij al als tweede, maar de zondagse race verliep teleurstellend. Na een slechte start herstelde Bagnaia zich snel naar de tweede plaats en zat hij kort achter leider Marco Bezzecchi, maar halverwege raakte hij onder druk van Pedro Acosta en Jorge Martín de voorkant kwijt in de Dunlop-chicane en maakte hij zijn derde uitvalbeurt van het seizoen.
De crash maakte een verder sterk weekend — volgens Bagnaia het beste sinds de Maleisische GP van vorig jaar — uiteindelijk onvervuld. De Italiaan gaf toe gedreven én te gehaast te hebben gehandeld in zijn jacht op de eerste zege van 2026, en noemde een klein motorprobleem dat zijn snelheid tijdelijk beperkte als aanleiding om desondanks vol te blijven aanvallen. “Ik wilde Bezzecchi absoluut niet weg laten rijden,” zei hij, en ook: “Het kan me helemaal niets schelen – desnoods ga ik onderuit,” waarmee hij zijn nieuwe, risicozoekende aanpak onderstreepte.
Die koerswijziging past in een bredere context: sinds het nipt mislopen van de wereldtitel in 2024 worstelt Bagnaia met wisselvallige resultaten. Hij behaalde dit seizoen enkele sterke prestaties (onder meer overwinningen in Austin en Motegi vorig jaar) maar kampt met gebrek aan consistentie; eind 2025 viel hij in zes van zeven races uit, en in de eerste vijf Grands Prix van 2026 telt hij al drie uitvallers, naast drie opeenvolgende tweede plaatsen in de sprintraces. Bagnaia zegt voorlopig niet op stabiliteit te mikken, maar eerst opnieuw voorin te willen strijden en vaker te proberen te winnen — ook als dat meer risico betekent. Hij benadrukt tegelijk dat het team qua pure snelheid eindelijk dichterbij de beste Aprilia’s zat, wat perspectief biedt voor de komende races.