Ford ziet LMH/LMDh-convergentie als prioriteit in WEC
In dit artikel:
Ford kiest voor het LMDh-platform bij zijn entree in de Hypercar-klasse van het World Endurance Championship (WEC) in 2027. In de WEC mogen twee typen concurreren: Le Mans Hypercar (LMH) en LMDh. LMDh is ook toegelaten in het Amerikaanse IMSA-kampioenschap; LMH niet. De keuze voor LMDh weerspiegelt vooral kostenbewustzijn: LMDh gebruikt gespecificeerde componenten en houdt de uitgaven lager, wat veel nieuwe fabrikanten aantrekt.
LMH biedt fabrikanten meer technische vrijheid, onder meer de mogelijkheid om een hybridesysteem op zowel de voor- als achteras te plaatsen — een voordeel, zeker bij natte omstandigheden — terwijl LMDh-voertuigen achterwielaandrijving en standaardhybride-onderdelen hanteren. Dat verschil vormt de kern van de discussie over eerlijkheid en prestatie-balancering tussen de twee concepten.
Mark Rushbrook, directeur van Ford Performance, noemt LMDh "de juiste formule" voor Ford. De fabrikant wil zich volgens hem richten op verbrandingsmotor, carrosserievorm, aerodynamica en voertuigdynamica, en verwacht via LMDh nog voldoende leerwinst op softwaregebied te boeken. Ford benadrukt dat veel hybridekennis al in andere disciplines — zoals de Formule 1 — is opgedaan en kan worden toegepast zonder elke klasse opnieuw te moeten ontwikkelen.
Er lopen gesprekken over toekomstige reglementen richting 2030, met discussie over convergentie van LMH en LMDh. Fabrikanten die LMH gebruiken, zoals Toyota en Peugeot, verzetten zich tegen het afschaffen van de optie voor een vooras-hybride. Rushbrook steunt het streven naar convergentie: het maakt wereldwijd racen consistenter, maar hij zegt niet per se voorstander te zijn van een standaard hybridesysteem; volgens hem is het belangrijkste dat het proces en de besluitvorming door alle betrokken partijen gedragen worden.
Kortom: Ford kiest kosten- en ontwikkelingsgericht voor LMDh, wil focus houden op specifieke leerpunten en ondersteunt harmonisatie van regels, maar blijft pragmatisch en afhankelijk van de uitkomst van de bredere regeldiscussie.