Een halve eeuw Van Amersfoort Racing: van Verstappen en een Canadese miljardair tot Villagómez
In dit artikel:
Van Amersfoort Racing (VAR) ontwikkelde zich vanaf 2010 van een nationaal topteam in de Duitse Formule 3 tot een professioneel, internationaal raceteam dat jonge talenten lanceerde en meerdere eigendomsovergangen doorging. Frits van Amersfoort blikt terug op hoogte- en dieptepunten: technische pech die een kampioenschap kostte, moeilijke coureurkeuzes, grote commerciële injecties en strategische stappen naar Europese kampioenschappen.
In 2010 kwam Daniel Abt naar VAR en reed in de Duitse F3 naast Stef Dusseldorp. Het team domineerde dat jaar, maar verloor het titelgevecht in de slotrace door een ontbrekende lambdasonde — een technisch euvel dat Van Amersfoort zich nog lang aanrekende. Tegelijkertijd was het team actief in de Formula Renault 2.0 NEC en de ADAC Formel Masters (met onder meer Kevin Magnussen), maar de liefde bleef bij Formule 3. In 2011 boekte VAR opnieuw succes met Richie Stanaway, die het kampioenschap met dertien zeges won.
De opkomst van het nieuwe Europees Formule 3-kampioenschap (een initiatief van onder anderen Gerhard Berger) vanaf 2012 veranderde het landschap: nationale F3-treffers zoals de Duitse en de Britse reeks verloren relevantie. VAR schakelde daarom om naar Europees F3. Lucas Auer werd in 2012 tweede in de Duitse F3 en floreerde later nadat engineer Rik Vernooij hem op het juiste spoor kreeg.
De overstap naar Europees F3 in 2013 verliep niet probleemloos. Financiële eisen maakten het lastig om betaalde rijders te vinden en de keuze voor Mans Grenhagen werd een dure misser: gebrek aan motivatie, financiële onbetrouwbaarheid en uiteindelijk een juridische strijd kostten VAR veel geld en energie. Sven Müller nam later over en liet zien wat er mogelijk was met een gemotiveerde coureur.
Het kantelpunt kwam in 2014 met de komst van Max Verstappen. Via Huub Rothengatter en met steun van Jos Verstappen en Volkswagen-motoren zette VAR binnen korte tijd een programma op: een geleend chassis, een spontane roll‑out langs de A27 en snelle tests in Most en Boedapest. Verstappen was vanaf het begin extreem snel: podium in Silverstone, de eerste Formule-3-zege in Hockenheim en vervolgens een reeks van zes overwinningen, onder meer op Spa en de Norisring. Mechanische problemen — vooral een motorbraak op de Nürburgring — en incidenten in Macau voorkwamen echter dat het kampioenschap volledig binnen handbereik bleef. Verstappens doorbraak leidde ertoe dat zijn auto later in Red Bull‑kleuren werd gepresenteerd, nadat de coureur vrijwel direct naar de Formule 1 doorstroomde.
Financieel worstelde VAR en in oktober 2014 kwam een grote ommekeer: Guy Laliberté, oprichter van Cirque du Soleil, stapte in als helftseigenaar. Die investering maakte professionalisering mogelijk — uitbreiding van faciliteiten (verhuizing naar Zeewolde), striktere administratie en een ambitieuzere strategie. Met financiële rust kon VAR in 2015 F4-programma’s opzetten; het team zette vier auto’s in met rijders als Joey Mawson, Mick Schumacher en Kami Laliberté. Tegelijk bood de funding ruimte om Charles Leclerc naar de Europese F3 te brengen, wat in 2015 een succesvol seizoen opleverde. VAR ontwikkelde zich zo opnieuw tot kweekvijver voor toekomstig talent (ook namen als Felipe Drugovich en Liam Lawson passeerden de revue) en moderniseerde zijn data- en voorbereidingssystemen, deels dankzij input van mensen uit de topwereld zoals Adrian Newey.
Niet alles verliep vlekkeloos: Kami Laliberté verliet het project in 2017 ondanks zijn investering, maar de financiële impulsen bleven zichtbaar in de groei van het team. In 2021 kwam Rafael Villagómez jr. naar VAR voor deelname in de Euroformula Open; kort daarna kocht zijn vader, Rafael Villagómez senior, via een nieuwe entiteit (Van Amersfoort Racing International) de F2- en F3-activiteiten van HWA Racelab over. Deze overname markeerde een nieuwe fase: de familie Villagómez werd uiteindelijk volledig eigenaar van VAR, terwijl Van Amersfoort en Rob Niessink — die cruciaal waren geweest voor het voortbestaan en de professionalisering van het team — als adviseurs betrokken blijven.
Samengevat toont het verhaal van Van Amersfoort Racing hoe een klein, vasthoudend team zich door technische tegenslag, zakelijke misstappen en financiële nood heen werkte naar internationale erkenning. Belangrijke ingrediënten waren oog voor jong talent, technische kunde (Rik Vernooij werd vaak genoemd), slimme netwerkcontacten (onder meer Jos Verstappen, Huub Rothengatter en Gerhard Berger) en externe kapitaalinjecties die professionalisering mogelijk maakten. Dankzij die mix groeide VAR uit tot een instituut dat coureurs als Max Verstappen, Charles Leclerc en Mick Schumacher hielp vormen — en waarvan de stichter nu deels terugtreedt, maar als adviseur verbonden blijft.