Ducati krijgt tik van Aprilia: "Komende races leggen verhoudingen bloot"
In dit artikel:
Op het Chang International Circuit in Thailand brak afgelopen weekend een einde aan Ducati’s jarenlange dominantie in de MotoGP. Aprilia was oppermachtig: Marco Bezzecchi won de Grand Prix en met Raúl Fernández, Jorge Martín en Ai Ogura stonden vier Aprilia’s in de top‑vijf. Ducati ontbrak voor het eerst in lange tijd in dat selecte gezelschap; Marc Márquez viel uit terwijl hij om het podium streed, en Fabio Di Giannantonio was met plek zes de best geklasseerde Ducati‑rijder.
Het resultaat maakte een streep door twee indrukwekkende reeksen: in de voorgaande 102 Grands Prix finishte altijd minstens één Ducati‑rijder in de top‑vijf, en de ononderbroken serie met een Ducati op het podium — lopend sinds de GP van Aragón 2021 — stopte na 88 races. Daarmee komt de vraag op tafel of Ducati die hegemonie kan voortzetten, hoewel het merk de afgelopen vier wereldtitels en zes constructeurstitels behaalde.
Ducati‑kopstukken reageren nuchter: algemeen directeur Gigi Dall’Igna en teammanager Davide Tardozzi noemen een tijdelijke terugval een natuurlijke fase na langdurig succes en waarschuwen tegen overhaaste conclusies. Ze benadrukken dat dit pas de eerste race van het seizoen was en dat circuits als Brazilië (nieuw), Austin, Qatar en Jerez de echte krachtsverhoudingen zullen blootleggen. Tegelijk erkenden ze Aprillia’s vorm, met name Bezzecchi’s sterke prestaties die al sinds halverwege vorig jaar zichtbaar zijn.
Kortom: Thailand markeert een waarschuwing voor Ducati — geen paniek maar wel werk aan de winkel om het gat richting Aprilia te dichten en hun rijders snel weer podiumklaar te krijgen.