Ducati erkent: Motorblok GP24 blijft tot einde 1000cc-tijdperk in gebruik
In dit artikel:
Ducati bevestigt dat het motorblok van zijn recente MotoGP-machines grotendeels ongewijzigd is: het hart van de GP25 is voor meer dan 90% hetzelfde als dat van de succesvolle GP24 (en daarmee ook vergelijkbaar met het blok uit 2023), met alleen materiaalaanpassingen gericht op betrouwbaarheid. De uitleg kwam nadat het afgelopen seizoen Ducati met de GP24 domineerde — Jorge Martín werd wereldkampioen, terwijl teamgenoten Francesco Bagnaia en Enea Bastianini meerdere Grands Prix wonnen — en veel van dat succes aan het motorblok toegeschreven werd.
Ducati besloot geen compleet nieuwe krachtbron te ontwikkelen voor 2024/2025 omdat de GP24-motor goed presteerde, omdat er een ontwikkelingstop was ingesteld na de seizoensstart en omdat de technische regels vanaf 2027 substantieel veranderen. Door die combinatie achtte het fabrieksteam een grote investering in een nieuw blok niet zinvol.
Gedurende de tests in Valencia en Sepang meden rijders expliciete uitspraken over het motorblok. Álex Márquez zei na de Valencia-test dat hij een andere motor had gereden maar weigerde die te benoemen en richtte zich in Sepang vooral op nieuwe aerodynamische onderdelen. Hij maakte indruk met sterke rondetijden en sprintsimulaties. Ook Bagnaia en Marc Márquez spraken tijdens de testdagen vooral over aerodynamica en comfort, niet over interne motorwijzigingen.
Ducati geeft toe dat de terughoudendheid om details te delen deels strategisch was: men wilde rust rond Bagnaia creëren zodat hij zijn vorm kon hervinden, en voorkomen dat bekendheid over de motorvariant wantrouwen of onrust zou veroorzaken. Daarnaast speelt een commercieel motief: Ducati verkoopt specificaties aan satellietteams en hanteert verschillende prijspunten. Zo kost de GP26 (geleverd aan teams als Gresini en VR46 voor rijders als Álex Márquez en Fabio Di Giannantonio) ongeveer het dubbele van de GP25, terwijl beide modellen qua motorblok grotendeels de GP24-basis gebruiken. Het verschil tussen de pakketten ligt vooral in toegewezen aerodynamica, chassis en achterbrug, niet in een fundamenteel ander motorontwerp.