De SuccesFormule: Hoe F1 een winstgevende miljardenindustrie werd
In dit artikel:
De traditionele grap dat je als miljardair de Formule 1 moet instappen om miljonair te worden, weerspiegelde jarenlang de kapitaalintensieve realiteit van de sport: teams slurpten alle inkomsten op voor ontwikkeling en voortbestaan, zonder veel aandacht voor winst of solvabiliteit. Sinds de overname door Liberty Media, ongeveer tien jaar geleden, is het landschap echter fundamenteel veranderd en zijn de waarderingen van F1-teams explosief gestegen. Drie ontwikkelingen liggen daaraan ten grondslag.
Ten eerste zorgde het budgetplafond, ingevoerd in 2021, ervoor dat uitgaven aan banden werden gelegd. Dat had niet het beoogde egaliserende effect op sportief succes, maar wel een onverwacht financieel gevolg: doordat de inkomsten — door sterk toenemende populariteit — veel sneller stegen dan de nu begrensde uitgaven, draaien teams sinds kort met overschotten en bouwen ze waarde op.
Ten tweede heeft Liberty Media de sport commercieel en demografisch opengemaakt. Waar de vroegere leiding social media en vermaakvormen als Netflix afremde, benut Liberty Media formats zoals de serie Drive to Survive en initiatieven als de F1 Academy om jongere en vrouwelijke doelgroepen aan te spreken. Die strategie vergroot de sponsorwaarde en mediabereik van de teams.
Het derde element is de schaarste van deelnemingslicenties. F1 is een ‘gesloten competitie’ met een beperkt aantal plekken (momenteel elf, met maximaal dertien toegestaan volgens het Concorde Agreement). Die beperkte beschikbaarheid verhoogt de aantrekkingskracht en prijs van bestaande teams bij potentiële kopers, waaronder internationale spelers als BYD of Andretti.
Het resultaat: enorme waardestijgingen. Forbes rekende uit dat Williams nu circa 2,18 miljard euro waard is, terwijl de familie Williams de renstal in 2020 voor ongeveer 180 miljoen dollar aan Dorilton Capital verkocht — een meer dan veertienvoudige waardetoename in enkele jaren. Ook andere teams zagen hun marktwaarde flink toenemen. Ferrari blijft het meest waardevolle F1-team dankzij merkwaarde, historie en de komst van Lewis Hamilton, maar blijft relatief klein in de wereldranglijst van sportfranchises. Forbes’ top-50 wordt gedomineerd door Amerikaanse clubs; de Dallas Cowboys staan bovenaan met circa 11,34 miljard euro. Real Madrid is het eerste niet-Amerikaanse team op plek twintig; Ferrari staat op plek 26 en Mercedes op 34. Als de commerciële opmars van de Formule 1 doorzet, is het aannemelijk dat volgend jaar meer F1-teams in die top-lijst terug zullen keren.