De SuccesFormule: Het budgetplafond in F1 uitgelegd

zaterdag, 4 april 2026 (17:05) - Motorsport.com

In dit artikel:

De invoering van het budgetplafond was bedoeld om de grote ongelijkheid tussen rijke en kleine Formule 1‑teams te verkleinen, maar dat doel is nog niet volledig bereikt. Wel heeft het plafond ertoe geleid dat teams tegenwoordig vaker meer inkomsten dan uitgaven hebben, wat de waarde van de renstallen flink heeft verhoogd.

Kort overzicht van de ontwikkeling
- 2021: Het plafond werd geïntroduceerd op basis van een eerder plan van 175 miljoen dollar, maar door de financiële klap door COVID‑19 werd het meteen verlaagd naar 145 miljoen dollar. Dit bedrag was berekend op 21 Grands Prix en dekte de operationele kosten, met uitsluiting van zaken als coureursalarissen en de salarissen van de drie hoogstbetaalde medewerkers.
- 2022: Het plafond ging omlaag naar 140 miljoen dollar. De FIA trok zich terug van een geplande verlaging naar 135 miljoen vanwege stijgende energieprijzen en inflatie. Voor elke race boven de 21 mocht 1,2 miljoen extra worden besteed; met 22 races in 2022 betekende dat eenmalig meer ruimte.
- 2023: Formeel vastgesteld op 135 miljoen dollar, maar door extra sprintraces en 22 GP’s kwam het effectieve plafond dat jaar uit op ongeveer 153 miljoen dollar.
- 2024–2025: Met groeiende inkomsten en een kalender van 24 races werd het plafond verhoogd naar 165 miljoen dollar en in 2025 grotendeels gehandhaafd.
- 2026: Grote wijziging: het plafond stijgt naar 215 miljoen dollar (ruim 30% meer). Dit bedrag dekt nu 24 GP’s en bevat voor het eerst ook de kosten van sprintraces. Tevens is er expliciet rekening gehouden met hogere loonkosten in sommige landen (een aanpassing op verzoek van Audi vanwege personeel in Zwitserland).

Wat valt er wel en niet onder?
Onder het plafond vallen de operationele kosten om twee auto’s op de baan te krijgen: onderdelen en onderdelenlogistiek, vrijwel alle teampersonnel (behalve de duurste drie), pitboxapparatuur, reserveonderdelen en transportkosten. Uitsluitingen zijn onder meer coureursalarissen, de salarissen van de drie topmensen, marketing, personeelsreiskosten, juridische en administratieve kosten, vastgoedkosten, FIA‑inschrijfgelden en boetes, bonusregelingen en activiteiten buiten de F1.

Infrastructuur‑vergoeding
Omdat faciliteiten buiten het plafond vielen en sommige fabrieken verouderd waren, kent de FIA een jaarlijks bedrag toe om onder meer gebouwen te verbeteren. Interessant genoeg lopen die bedragen omgekeerd met de budgetklasse: topteams Red Bull, Mercedes en Ferrari krijgen 51 miljoen dollar; middenklassers Aston Martin, Alpine en McLaren 58 miljoen; kleinere teams Haas, Williams, Sauber en AlphaTauri 65 miljoen dollar.

Motorfabrikanten
Ontwikkeling en productie van powerunits vallen niet onder het teams‑plafond. De motorfabrikanten hadden van 2022 tot en met 2025 een apart plafond van 95 miljoen dollar; dat is per 2026 verhoogd naar 130 miljoen dollar vanwege nieuwe hybride motoren en brandstofvereisten.

Conclusie
Het budgetplafond houdt teams strakker financieel in het gareel en heeft geleid tot gezondere bedrijfscijfers en waardestijgingen, maar door uitzonderingen, extra vergoedingen en verschillende interpretaties van wat buiten het plafond valt blijft het sportieve verschil tussen top en middenveld deels bestaan. De recente verhogingen en herzieningen voor 2026 reflecteren de veranderende technische eisen en regionale loonkosten in de nieuwe reglementen.