Data-analyse: Wie wint en wie verliest terrein tijdens de F1-starts?
In dit artikel:
De nieuwe reglementen van 2026, met krachtbronnen die meer hybride vermogen leveren maar zonder MGU‑H op de turbo, hebben de starts in de Formule 1 veel onvoorspelbaarder gemaakt. Door de minder voorspelbare vermogensafgifte zijn de eerste meters bepalender dan ooit; elke tiende seconde kan meteen meerdere plaatsen schelen. De FIA paste daarom de startprocedure aan, maar uit de eerste races blijkt dat teams sterk uiteenlopen in hoe ze met de situatie omgaan.
In de openingsronden (inclusief de sprintrace in China) valt op dat alle auto’s met een Ferrari-motor samen verreweg de meeste posities winnen (+25). Aston Martin staat op papier tweede (+14), al wordt dat resultaat vertekend doordat het team vaak van achteraan vertrekt en makkelijker kan oprukken. Mercedes-klanten wonnen gezamenlijk acht plaatsen, terwijl Red Bull en Audi juist veel terrein verloren (-21 respectievelijk -26). Daarbij leveren Audi en Honda maar één team elk, wat de vergelijkingen nuanceert.
Individueel is Williams verrassend de meest succesvolle starter met +18 plaatsen, Ferrari-teams volgen met +17 — maar context is belangrijk: Williams start vaak achteraan, waardoor inhalen eenvoudiger is. Andere Ferrari-klanten zoals Haas en Cadillac boekten slechts beperkte winst, wat aangeeft dat motor niet alles bepaalt; startafstelling en uitvoering zijn cruciaal.
Het fabrieksteam van Mercedes presteert opvallend zwak bij de start: het verloor in totaal 22 plaatsen, ondanks dat klantenteams zoals Alpine (+10), Williams en McLaren (+2) aanzienlijk beter presteren. Dat duidt erop dat de problemen bij Mercedes vooral in procedure, afstellingen en consistentie liggen, niet uitsluitend in de aandrijflijn.
Bij de coureurs springt Carlos Sainz eruit als beste starter (+12 plaatsen), gevolgd door Fernando Alonso (10), Charles Leclerc (9) en Lewis Hamilton (8). Aan de andere kant verloor Nico Hülkenberg 21 posities in drie races en had Mercedes-rijders onderling grote verschillen. Ook bij Red Bull is er ongelijkheid: het fabrieksteam verloor regelmatig, terwijl sommige klantenteams posities konden vasthouden.
Kortom: de startfase is door de technische wijzigingen en nieuwe regels een grotere beslisser geworden. Niet alleen de motor, maar vooral de praktische uitvoering van starts bepaalt dit seizoen wie er wint en wie juist terrein verliest.