Brawn, Briatore en chaos: Acht opvallende F1-teambaaswissels

maandag, 23 maart 2026 (07:22) - Motorsport.com

In dit artikel:

Wisselingen in de leiding van Formule 1‑teams hebben vaak verstrekkende gevolgen. Dit artikel beschrijft enkele opvallende gevallen uit het recente decennium.

Ross Brawn verliet eind 2006 Ferrari na de successen met Michael Schumacher en trof in 2007 bij Honda een organisatie met goede middelen maar gebrekkige samenwerking tussen motor- en chassisafdelingen. Hij formuleerde een driejarenplan richting titelkandidatuur, maar de financiële crisis zorgde ervoor dat Honda zich terugtrok. Brawn kocht het team voor één pond, herdoopte het tot Brawn GP en behaalde in 2009 onverwacht beide wereldtitels met Jenson Button — sneller dan gepland.

Het ‘Crashgate’-schandaal rond Renault sloeg in 2009 in als een bom: Nelson Piquet jr. zou op instructie bewust hebben gecrasht tijdens de GP van Singapore 2008 om teamgenoot Fernando Alonso te helpen. Technisch directeur Pat Symonds en Flavio Briatore moesten vertrekken; Briatore kreeg aanvankelijk een ijzeren FIA‑ban die later juridisch werd teruggedraaid. Het incident markeerde het einde van een succesvol maar omstreden hoofdstuk voor Renault.

Ferrari kende ook een onstabiele periode: na Jean Todt en Stefano Domenicali werd Marco Mattiacci in 2014, vanuit Ferrari Noord‑Amerika, benoemd tot teambaas. Zijn beperkte F1‑ervaring en het uitblijven van verbeterde resultaten leidden ertoe dat hij na zeven maanden alweer werd vervangen. Onder nieuw bestuur werden wel belangrijke namen aangetrokken, zoals Sebastian Vettel.

Het noodlijdende Team Lotus/Caterham illustreert hoe financieel falen tot chaotische managementwisselingen kan leiden. Opmerkelijk was de promotie van Ioan Constantin Cojocaru van schoonmaker tot directeur, maar die episode eindigde in faillissement. Dankzij crowdfunding keerde het team één keer terug tijdens de GP van Abu Dhabi 2014, onder curatele van Finbarr O’Connell.

Bij McLaren verloor Ron Dennis, die het merk decennialang domineerde met tien wereldtitels, uiteindelijk de machtsstrijd met aandeelhouders; zijn positie werd na 2016 niet verlengd. Dat leidde op termijn tot nieuw leiderschap en—decennia later—sportief succes onder Zak Brown.

Alpine/Renault verkeert sinds de herkomst als Renault (2016) en rebranding naar Alpine (2021) in voortdurende bestuurlijke onrust: vele CEO’s en technisch leiders volgden elkaar op, zonder dat een consistent winnende strategie werd opgebouwd. Ook de terugkeer van bekende namen bood geen stabiliteit.

Christian Horner, lange tijd onaantastbaar bij Red Bull, verloor na interne spanningen en afnemende steun zijn positie. Adrian Newey kreeg eind 2025 tijdelijk de rol van teambaas bij Aston Martin naast zijn technische taken, maar problemen met de nieuwe Honda‑motor (vibraties en betrouwbaarheid) maakten die dubbelrol moeilijk; Jonathan Wheatley wordt genoemd als mogelijke opvolger. Deze cases tonen hoe leiderschapswisselingen, financiële druk en technische problemen teamresultaten razendsnel kunnen veranderen.