Bearman wijst bijkomstigheid van F1-regels 2026 aan
In dit artikel:
De nieuwe F1-regels voor 2026 dwingen teams en coureurs om precies te plannen hoe ze de beperkte elektrische energie inzetten en terugwinnen om de “optimale ronde” te rijden. Omdat een accu in 2026 maar 4 megajoule kan opslaan terwijl de FIA per circuit 6–9 MJ inzet per ronde toestaat, wisselt een auto constant tussen verbruik en terugwinning. Voor elk GP-weekend publiceert de FIA daarom een technisch document met inzetlimieten én details zoals zogenoemde low‑power zones, waar terugwinning wordt beperkt om grote snelheidsverschillen te vermijden.
Teams moeten per baan een balans vinden tussen plekken waar terugwinning het minst ten koste gaat van snelheid en plaatsen waar de elektrische boost het meeste tijdwinst oplevert. Dat verschilt sterk tussen circuits — lengte van rechte stukken, bochtenradius en lay‑out bepalen de optimale strategie. De complexiteit maakte dat er nu voor elk weekend speciale power‑unit (PU) meetings van een halfuur tot drie kwartier zijn gekomen om de cijfers te vertalen naar rijinstructies en strategie.
Als reactie op klachten over veelvuldig lift‑and‑coasten en superclipping heeft de FIA bij de reglementswijzigingen vóór Miami de toegestane hoeveelheid inzet op enkele banen (onder andere Montreal) verlaagd. Daardoor hoeven coureurs minder vaak extreem te remmen of de elektromotor als dynamo te laten werken om de batterij snel bij te laden, en blijft bijvoorbeeld de uitdaging bij Montreal’s beroemde “Wall of Champions” beter behouden. Het nadeel is wel een lager pieksnelheid op rechte stukken en daardoor iets tragere rondetijden; tegelijk worden snelheidsverlies en onvoorspelbaarheid bij lege accu’s kleiner.
Haas‑engineer Hoagy Nidd en jonge coureurs zoals Oliver Bearman beschrijven het als een nieuwe wiskundige en rijtechnische puzzel: je vermindert terugwinning en inzet om onwenselijk rijgedrag te voorkomen, maar introduceert daarmee compromissen die teams stap voor stap leren beheersen naarmate het seizoen vordert.