Audi sluit zich aan bij roep om FIA-ingrijpen bij motorregels voor 2026
In dit artikel:
De discussie draait om de compressieverhouding van de nieuwe 2026-powerunits: die is teruggeschroefd van 18:1 naar 16:1, een parameter die sterk bepaalt hoe de verbranding en daarmee het motorvermogen verloopt. Omdat het technisch lastig is om de compressieverhouding tijdens het draaien van de motor te meten, verbieden de regels metingen tijdens de werkcyclus — en juist dáárin zou volgens geruchten een maas in de regels zitten. Teams vermoeden dat onder meer Mercedes en Red Bull materialen voor drijfstangen toepassen die bij bedrijfstemperatuur thermisch uitzetten, waardoor de effectieve compressieverhouding toeneemt en een prestatievoordeel ontstaat.
Concurrenten vinden dit een grijs gebied en wijzen op historische voorbeelden waarin slimme interpretaties van reglementen grote gevolgen hadden, zoals Gordon Murray’s pneumatische steunen in de vroege jaren tachtig en de controversiële dubbele diffuser van 2009. Audi’s technisch directeur James Key roept op tot vertrouwen in de FIA: als een oplossing de bedoeling van de regels omzeilt, moet die worden aangepakt om het veld gelijk te houden. Red Bull relativeert de ophef; Powertrains-directeur Ben Hodgkinson zegt overtuigd te zijn van de legaliteit van hun aanpak.
De FIA heeft in de 2026-regels een prestatie-equalizer (ADUO) opgenomen en stelt voorlopig dat er geen bewijs is dat compressieverhoudingen op deze wijze worden misbruikt. Wel staat op 22 januari een discussie gepland met motorfabrikanten over mogelijk dynamisch meten van compressieverhoudingen. Een eenvoudige technische remedie lijkt echter niet voorhanden, terwijl wantrouwen blijft bestaan — vooral omdat geruchten spreken van een voordeel van circa 10 pk indien de constructie daadwerkelijk werkt.