Audi gaat voor unieke aanpak met schuin openende achtervleugel
In dit artikel:
Tijdens de vijfdaagse shakedown in Barcelona lieten teams uiteenlopende oplossingen voor actieve aerodynamica zien, waarbij Audi en Alpine vooral opvielen met afwijkende achtervleugelconcepten. Het nieuwe 2026-reglement geeft ingenieurs meer speelruimte binnen door de FIA gestelde grenzen, waardoor bewegende flapgeometrieën en het aantal beweegbare elementen per team sterk verschillen en mogelijk per circuit gewisseld worden.
Tot voor kort gebruikten teams doorgaans een draaipunt aan de achterrand en hieven ze de voorrand tot de maximaal toegestane opening van 85 mm. Alpine en Audi interpreteren die ruimte anders: Alpine laat de achterrand naar beneden klappen terwijl de voorrand vast blijft en als verlengstuk van de mainplane fungeert. Audi kiest een tussenweg door het scharnierpunt van de twee achterste flappen precies in het midden van de zijsteunen te plaatsen. Daardoor staan de flaps in geopende stand schuin en is de opening kleiner dan bij veel concurrenten; die schuine stand lijkt bovendien de luchtstromen achteraan sterker naar beneden te sturen.
Ook de aandrijving van de flaps verschilt: waar de meeste teams twee actuators gebruiken (één per flap), heeft Audi slechts één actuator voor de voorste bewegende flap; de tweede flap wordt passief meegevoerd via kleine verbindingssteunen. Deze afwijkende keuzes tonen hoe teams met de nieuwe regels experimenteren om de balans tussen minder luchtweerstand op de rechte stukken en voldoende downforce in bochten te optimaliseren.