Audi F1 volgt voorbeeld Alpine voor achtervleugel
In dit artikel:
De technische reglementen voor 2026 zetten teams ertoe aan maximale aerodynamische efficiëntie te zoeken en activering van actieve aerodynamica op rechte stukken toe te staan. Door beperkingen in het energiebeheer van het hybride systeem is elke vleugelwinst belangrijk geworden, en de nieuwe vrijheid in ontwerp geeft ruimte voor opvallende oplossingen.
Tijdens de wintertests (shakedown in Barcelona en tweede testweek in Sakhir) lieten teams verschillende achtervleugelconcepten zien. Ferrari toonde een extreem exemplaar met een vleugel die 180 graden draait; Alpine lanceerde een geheel nieuw type waarmee het flapdeel rond de voorrand beweegt. Audi paste zijn filosofie na Barcelona aan en kopieerde het principe van Alpine: de beweegbare flap gaat nu naar beneden in plaats van omhoog.
Technisch wijst Audi’s aanpassing erop dat de actuator niet langer het eerste element activeert, maar het tweede — dat naar beneden wordt geduwd — terwijl het voorste element passief blijft. Dit kon doordat het draaipunt al bij het voorste deel lag. Aerodynamisch levert deze opening voordelen op in de overgangsfase en geeft het meer stabiliteit bij het begin van remmen, maar het stelt ook hogere eisen aan de actuator omdat die nu actief tegen de luchtweerstand in moet werken. Dat is het tegenovergestelde van de oude DRS-logica, die bij lage snelheden opende en door luchtdruk weer sloot.
Alpine’s constructie is complexer met meerdere bevestigingspunten; Audi kiest een eenvoudiger aanpak met één bevestiging aan de bovenste flap. Beide keuzes illustreren hoe de 2026-regels creativiteit en uiteenlopende technische benaderingen stimuleren, met een duidelijke trade-off tussen aerodynamische winst en mechanische/energetische uitdagingen.