Audi-chef niet tevreden met faciliteiten in Hinwil: "Meer ruimte nodig"
In dit artikel:
Audi werkt hard aan de laatste stappen richting het eerste seizoen als Formule 1-fabrikant en moest daarvoor Sauber Engineering in Hinwil (Zwitserland) samenvoegen met Audi’s powertrain-afdeling in Neuburg (Duitsland). Volgens algemeen en technisch directeur Mattia Binotto zijn de twee locaties technisch en qua schaal sterk verschillend: Neuburg beschikt over moderne testbanken en ruim voldoende capaciteit, terwijl Hinwil tekortschiet voor Audi’s ambitieuze plannen.
Hinwil was ooit toonaangevend—investeringen die ontstonden na Kimi Räikkönen’s transfer in 2002 leidden tot een geavanceerde windtunnel en supercomputer, wat later de basis werd voor BMW’s betrokkenheid tussen 2006 en 2009. Maar de groei van de Formule 1 en Audi’s wensen maken de huidige faciliteiten te klein. Nieuwe apparatuur, zoals een omvangrijke simulator, vereist een speciaal gebouw; ook moet de productie van composietonderdelen intern worden opgeschaald voor snelheid, kwaliteit en kostenbeheersing binnen het budgetplafond. Daarnaast zijn extra werkplekken voor engineers nodig.
Audi en Sauber onderzoeken uitbreidingsmogelijkheden van gebouwen en campus. Strategisch werkt het team volgens een vijfjarenplan: prioriteit ligt bij betrouwbare auto’s die uitrijden, terwijl de power unit stapsgewijs moet groeien naar het niveau van de gevestigde teams. Binotto spreekt vertrouwen uit in de mix van mensen, middelen en focus, en gelooft dat Audi op termijn succesvol zal zijn in de Formule 1.