Alpine verklaart vertrek uit Hypercar-klasse en wat dat betekent voor WEC
In dit artikel:
Alpine maakte vlak voor de start van het WEC‑seizoen 2026 bekend dat het na dit jaar stopt met het Hypercar‑project. De A424 bracht sinds 2024 duidelijke vooruitgang — inclusief een zege op Fuji — maar het team weet nu dat er nog maar acht wedstrijden te gaan zijn voordat het programma wordt beëindigd.
Teambaas Philippe Sinault beschrijft het nieuws als moeilijk en complex, maar meteen daarna verschoof de focus naar het sportieve: het team heeft zich snel op het nieuwe seizoen en op Le Mans gericht. Sinault zegt dat hij het moeilijke bericht persoonlijk in de werkplaats meegedeeld heeft; de reactie van het personeel was volgens hem juist vastberaden en verbonden — collega’s applaudisseerden om hun wil om samen te presteren te tonen. Zijn prioriteit is nu om de energie van dat moment te kanaliseren naar resultaten in de resterende races.
Sinault benadrukt dat het weinig zin heeft in eindeloze verklaringen of schuldvraag; tijd en middelen moeten gericht blijven op de doelen die al vóór de aankondiging bestonden. Tegelijk erkent hij dat de situatie mensen dichter bij elkaar kan brengen en een nieuwe dynamiek kan geven, al is het geen goed nieuws op zichzelf. Hij waarschuwt ook voor overdreven emotionele reacties en zegt: "Overdrijf het niet." De opdracht is volgens hem om de opgebouwde kwaliteiten te benutten en in Le Mans en de resterende wedstrijden maximaal te presteren.
Over de toekomst van de A424 zegt Sinault dat de auto technisch gezien tot minstens 2029 gehomologeerd is, waardoor privé‑inschrijvingen of klantenteams een optie zouden kunnen zijn. Dat besluit ligt echter niet alleen bij hem; het vereist meerdere betrokken partijen en afwegingen. Zijn eigen korte termijnblik is gericht op de komende races: mobilisatie en gereedheid voor Le Mans over ongeveer drie maanden.
Wat het WEC als klasse betreft noemt Sinault het vertrek van Porsche en de beslissing van Alpine als duidelijke signalen, maar hij relativeert: het kampioenschap is goed georganiseerd en blijft een aantrekkelijk platform voor fabrikanten. Volgens hem spelen grotere economische en contextuele factoren een rol bij zulke besluiten, en de fundamenten van de categorie hoeven daarom niet in twijfel te worden getrokken.
Op de vraag naar zijn persoonlijke toekomst antwoordt Sinault met humor dat hij niet van plan is te gaan "vissen", en benadrukt dat hij met zijn getalenteerde team wil blijven racen en winnen. Zolang die ambitie leeft, wil hij samen met het team verder bouwen aan wat nog mogelijk is nadat het fabrieksteam stopt.